Portret van luitjen Kuipers te Grijpskerk
Luut van't Sielje

Luut van 't Sielje (pseudoniem van Luitjen Kuipers) werd in 1921 geboren in Lauwerzijl en op 5 januari 2007 overleden in Grijpskerk. In zijn familie heetten veel jongens en mannen Luitjen en om enig onderscheid aan te brengen werd Kuipers al ras Luut van 't Sielje. Dat Sielje slaat dus op zijl, Lauwerzijl. „Dat ging toen zo, maar later begon ik het een mooie naam te vinden", laat de schrijver weten. De spelling van de naam van zijn geboorteplaats doet hem overigens de wenkbrauwen fronsen. „Die wordt altijd verkeerd geschreven. Het is een zijl, een sluis dus, in de Lauwers. En niet in de Lauwer! Het moet dus Lauwerszijl zijn, dus met een 's' ertussen. En Sielje heb ik bewust met een 's' geschreven, omdat je het ook zo uitspreekt. In Duitsland worden bovendien ook alle plaatsen met Siel, zoals Greetsiel, met een 's' geschreven", vertelt de Westerkwartier.

Het Werk

Kuipers heeft in zijn lange leven het nodige meegemaakt en als scherp waarnemer maakt hij hiervan een verslag: Eigen belevenissen of voorvallen uit zijn buurt worden verwerkt tot verhalen, herkenbaar opgeschreven. De verhalen kunnen goed voorgelezen worden; in spreektaal wordt vaak chronologisch een gebeurtenis verteld. In het voorwoord van zijn boekje "Dit is de leste", schrijft Kuipers samenvattend: "Het Beschrevene zijn waar gebeurde verhaaltjes uit het verleden, waarbij de nodige fantasie niet achterwege kon blijven". Na een drietal Nederlandstalige boekjes verscheen in 1990 "Hoe gijt t met dij"?. Het eerste verhaaltje begint zo:

Lestdoags ree k op mien fiets Iwans t Wolddiepke noar Seballeburen. Even veurbij de Zandemerklap stapte ik óf. Hier wêrargens aan overkwant van t diep dêr mos t Móllenhuuske stoan hemmen wêr oom en taante met heur kieper woond haren.... De schouw bruukten we ok veur t mosselvissen. Met opstruupte boksempiepen, de hozen en sokken uut, hielden wij de raand van de schouw vast.... Zittend op mien pakjedroager miemerde ik zo een bietje over de joaren datteg...

Het verhaaltje 'Van old op nij' beschrijft het niet terugvinden van een geparkeerde auto, wat inhoud betreft komt dit terug in het verhaaltje 'Ons autoke' uit de bundel "Dit is de leste". Het komt blijkbaar niet altijd op de inhoud van het verhaaltje aan maar meer op de manier van vertellen. En een verteller is de auteur wel, een schilder van een tafereel. Uit de zojuist aangehaalde bundel "Dit is de leste" volgt hier een fragment uit een goed gelukt verhaal. Het kan Kuipers manier van vertellen illustreren:

Bij de ploats zette Jobke zien fiets onnerdak en liep noar de achterdeeldeur om die weer dicht en op de schotel te doen. Hij heurde voetstappen op de ziet van e ploats en ging kieken. Het was letje die de sleutels van e keukendeur ien et duwster vallen loat'n haar, en vroeg Jobke om even met te gaan, want ze kon ze niet weer vienen. Laans et padje op ziet van e ploats liepen ze veurbij de koestalglaskes woarachter de koeien rusteg lagen te weerkauwen. Kommend bij de stookhut, woarien op et trapke de sleutels lelt haren die deur letjes gestommel argens del vallen warren. Jobke verzette et trapke en verdold, de sleutels vielen van een tree op de roodstienen vloer. Wiel Jobke de sleutels oppakte en aan letje gaf, zee hij: "Hier ien e stookhut ben ik nog nooit west, want wieder as et achterdeel en de keuken kommen wij as knechten niet".

Westerkwartiers

De fantasievolle schrijver heeft in veel delen van de provincie gewoond, lange tijd op het Hogeland: In plaatsen als Garrelsweer, Appingedam, Delfzijl en later ook in Aduard, aldaar kwam Kuipers in contact met andere Groninger dialekten dan die van zijn geboortestreek. Met behulp van Jan Groenbroek ging de geboren Lauwerzijlster verhalen schrijven voor het blad Toal en Taiken. „Er werd toen gevraagd om dit in het Westerkwartiers te doen, omdat daar zo weinig in geschreven wordt", aldus Kuipers.
De schrijver was vele jaren werkmeester in diverse bedrijven en fabrieken, tot hij op z'n 50e om gezondheidsredenen moest stoppen. In 1984 bracht 'Luut' zijn eerste boek uit, 'Aan de zee ontrukt' Dit ging over inpoldering van de Nieuwe Ruigezandsepolder ten westen van Zoutkamp. Later volgden 'Licht en schaduw in de polder', waarin Kuipers zijn jeugdjaren beschreef en 'Het begon in een uitgeroeid t nest' (over zijn verkering en huwelijk in t oorlogstijd). In de uitgave komen allerlei zaken aan bod, zoals het ontstaan van het Westerkwartier, het monnikenwerk, de torenbouw, het ontstaan van Oldehove en Niehove (vroeger Suxwort) en de sluizen in de Lauwers. Griet Koenes, een 'uterst begoafd vrouwmensk' en drie adellijke juffers die op een vlot aanspoelden spelen ook een voorname rol in het boek. [onderstaand enige schilderijen van Kuipers.]
Het dialekt zal voor de meeste noordelingen goed leesbaar zijn. „Het is ook niet moeilijk om te schrijven. Je moet gewoon schrijven zoals je denkt. Het mooie is ook, dat met- boeken verhalen van overgrootouders, grootouders en ouders niet verloren gaan", merkt Kuipers op. De pen gaat evenwel voorlopig aan de kant. De fotocamera wordt weer opgepoetst en ook doopt de Grijpskerker straks weer kwasten in de verf.