brontekst De geschiedenis van een Groninger gemeente.(dr.W.J.Formsma)uitg.Forsten 1986
rijpskerk was vóór 1990 een Groninger gemeente. Ze omvat het in de middeleeuwen ingepolderde gedeelte van de Lauwerszee, voor zover dit in de provincie Groningen ligt. Haar grenzen werden in het westen, noorden en oosten bepaald door de Lauwers, het Kommerzijlster diep en de Kommerzijlsterriet die zich vóór 1740 bij het tegenwoordige Lauwerszijl verenigde met de Lauwers. Hun beddingen waren van oorsprong geulen in de Lauwerszee, die na de bedijking tot rivieren werden.
Aan de zuidkant is de natuurlijke grens minder scherp, maar toch duidelijk aanwezig als een brede, bijna onbewoonde strook, die het overgangsgebied vormt van veen naar klei. Een klein stroompje, de Matsloot, werd daar de grens. Alleen in het zuidwesten tussen Lutjegast en Visvliet heeft de gemeentegrens een grillige, kunstmatige loop. Zij is het resultaat van een verdeling van een gebied, dat door het Gerkesklooster en de landeigenaren van het Westerzand (Lutjegast) gemeenschappelijk is ingepolderd. Het in de Lauwerszee aangewonnen land was een aanwas van het oude landschap Langewold en werd van daaruit ook bevolkt. In Langewold waren het de noordelijke kerspelen Oldekerk, Sebaldeburen en Lutjegast die aangroeiden. Het nieuwe land werd ter onderscheiding van de hoger gelegen moederdorpen Oldekerk-beneden en Sebaldeburen-beneden genoemd. In het westen was de situatie anders. Daar had reeds in het begin van de 14e eeuw het Gerkesklooster vanuit zijn voorwerk Hilmahuis te samen met Lutjegast aan de inpoldering deelgenomen. Bij de verdeling van het nieuwe land ging daardoor het kerspel Lutjegast zich ver naar het noorden uitbreiden tot aan de Nie toe. Het grootste gedeelte langs de Lauwers viel echter ten deel aan Gerkesklooster. Hierin zou na de stichting van een kerk het kerspel Visvliet ontstaan, dat een heerlijkheid werd van het klooster.
Later, na de bedijking van de Ruigewaard, werd omstreeks 1500 in Sebaldeburen-beneden een kerk gebouwd die het aanzijn zou geven aan het kerspel Grijpskerk, waarvan honderdvijftig jaar later Niezijl zich zou afscheiden.
Zo ontstonden er tussen Lauwers en Kommerzijlsterdiep drie kerspelen die, aangezien er nog geen gemeenten waren in Groningerland, zelfstandig als eenheden naast elkaar leefden. Ze hadden echter vele gemeenschappelijke belangen: de kerspelen waren in het noorden omspannen door één oude zeedijk van Niezijl naar Munnekezijl, de afwatering werd niet bepaald door kerspelgrenzen, een heerweg, een trekweg en het Hoendiep doorsneden en verbonden de dorpen evenals onderlinge wegen en voetpaden. De structuur van de agrarische bevolking verschilde sterk van die van de aangrenzende woldstreek. Zo is het geen wonder, dat in 1811 bij een gemeentelijke indeling die in hoofdzaak gebaseerd was op de oude kerspelindelingen de drie kerspelen samengevoegd werden tot één gemeente.
Het leven in de gemeente en tevoren in de kerspelen had zijn eigen kenmerken, afhankelijk van plaatselijke omstandigheden, maar in grote lijnen werd het toch bepaald door invloeden en gebeurtenissen van elders. Staatkundig maakte Grijpskerk in de middeleeuwen deel uit van de Friese kustlanden, later van de Nederlanden, op godsdienstig terrein behoorde het tot het bisdom Munster, na de Hervorming gaf de Synode van Dordrecht haar richtlijnen.
In 1990 is de gemeente Grijpskerk opgeheven, in het kader van de gemeentelijke herindeling ontstaan door samenvoeging van de voormalige gemeenten Aduard, Grijpskerk, Oldehove en Zuidhorn. Op 17 september 1990 heeft de gemeenteraad gekozen voor de gemeentenaam "Zuidhorn".
[Kerspelen = Parochie - ker-spel=kerk-rechtsbeslissing Kluft= gedeelte van een kerspel] Na 1500 werd het bestuur uitgeoefend door een gietman. Het woord "grietman" is een afleiding van "greta" dat rechter betekent.
Uit Wikipedia. Een grietenij is een voorloper van de huidige gemeente met name in de provincie Friesland, hoewel de term ook voorkwam in de Groninger Ommelanden. Van het eind van de 16e eeuw tot 1851 waren er in Friesland in totaal 30 grietenijen. Het woord 'grietenij' betekent 'bestuursgebied van een grietman', en het woord 'grietman' houdt verband met 'groeten'.
De grietenijen maakten deel uit van de kwartieren (regio's) Oostergo, Westergo en Zevenwouden.
Bij de gemeentewet van 1851 werd de benaming 'grietenij' vervangen door 'gemeente' en 'grietman' door 'burgemeester', zodat in heel Nederland dezelfde naamgeving werd gebruikt.
=======================================
brontekst uut Bleven.
'Istorisch reloas
De noam Gruupskerk wordt veur t eerst nuumd ien
de bul van Paus Pius IV van 7 augustus 1561. Ok ien de heffingsregisters van 1577 komt de noam Gruupskerk veur.
Midden ien t dörp stijt de Nederlandse Hervormde kerk. Boven de iengaang van de deur aan de westkaant stijt dat de kerk sticht is deur Nicolaas Grijp,
omstreeks 1561. t Opschrift vertelt ok dat de kerk ien de tachtegjoarege oorlog vernield is. Ten de tied van t twaalfjoareg bestand ien 1612 is ze weer
opbaauwd. Jonkheer Everhardt van Assendörp het doar hiel wat veur doan. De boeren van de drie kluften: de Woarden, Westerhörn en Juursemoa betoalden de
kosten.
De Juursemoakluft zel zien noam wel te danken hemmen aan t geslacht Juursemoa. Die woonden vroeger op n boerenploats onder Nijziel.
Het leste echtpoar Juursemoa har gien kiender. Doe ze uut e tied makten is de boerderij verkocht.
Ien hiel vroeger joaren beheurde t kerspel Gruupskerk bij Sebaldeburen, dat doedestied Sebaldeburen-boven hiette.
Gruupskerk hiette Sebaldeburenbeneden.
Vroeger joaren ston volgens jhr. Feith ien zien boek aan de zuudziede van t dorp t huus "Reitsemoa". Op de ploats woar nou t Gemeentehuus stijt was
vroeger joaren n appelhof. n Stuk van de slotgracht liep laangs de Jonkersloan. Olde mensen kennen heur dat miskien nog wel herinneren. Nog vroeger
was dat appelhof t veurplein van de barg. Dizze barg of heerd was de woonstee van t geslacht Reitsemoa. Op t enne van de zestiende en t begun van de
zeuventiende eeuw woonden doar de heren Griep. Dizze heren stamden uut n old en eerwoardeg geslacht. Op de noamliest van e Hoofdmannenkoamer ien Stad
komt dizze noam veur. Nicolaas was de stichter van de kerk. Ien 1636 woonde op de börg de heer van Assenddröp. De leste bewoner was Johan Everhard van
Assenddörp. Hij traauwde met Gezine Clant. Dizze Johan zien geldzoaken warren ien disorde, want ien 1675 is de börg bij executie verkocht. Koper was
Carel Ferdinand van Inn- en Kniphuzen, heer van "Nienoord" bij De Leek. Kort doarop is de börg sleupt. Singels en grachten bleven tot loat ien de 19e
eeuw nog zichtboar. Nou bennen der ok schrievers, die beweren dat de heren Griep niet op de börg woont hemmen, wel harren ze hiel wat landerijen bij
Gruupskerk. Bij t dörp moeten twee oadeleke börgen stoan hemmen. Meer noar t noordwesten ston de börg van t geslacht Aikemoa. Dizze borg is overgoan
noar t geslacht Clant, miskien wel deur overarven. De femilie Clant verkocht dizze börg ok al uut aarmoede aan de heer van "Nienoord". Omstreeks 1762
viel ze ien slopershanden.
Zo as ik al opmaarkte woonden op t huus "Reitsemoa" de heren van Assendörp. Ten t koor van de kerk lag n grafzerk, miskien nog wel, woarop de noam veurkomt
van Johan Everhard van Assendörp. Op n andere grafzerk dezulfde noam, mor dan veurzien van al zien titels. De burgerij van Gruupskerk har niks over de
kerk, de pastorie en t kerkhof te zeggen. Veur elk liek dat op t kerkhof begroaven wer, moeten ze n doalder betoalen. De historicus domnee Westerdorp van
Sebaldeburen verhoalt dat de ienwoners van Gruupskerk veur die tied ien Sebaldeburen op t kerkhof kwammen.
t Liek ging dan op n woagen of per schip noar Sebaldeburen. Dizze domnee zien preken warren meer historische verhandelingen over zien geliefd
Grunnegerlaand dan evangelieverkondegingen. n Preek van hem beston n keer uut 150 bladzieden, 120 doarvan gingen over de historie van ons gewest en 30
over t evangelie. Hoe hang zol zo'n preek wel niet duurd hemmen?
Noar alle woarschienlekheid het t klooster van Kuzemer tot 1582 de kosten van kerk en pastorie betoald. Dit vaalt op te moaken uut n Stien ien e gevel van
de olde pastorie. Noa de opbaauw ien 1612 tot 1796 onderhielden de boeren van de drie kluften de eredienst. t Traktement van e domnee en e koster,
die ok veurzanger en skoelmeester was, betoalden de boeren. Burgers as leden van e kerk betoalden niks veur de kerk. Kerkelasten lagen op de landerijen;
veur elke groas hand most n bepoald bedrag aan de kerk oafdroagen worden. Nicolaas Griep was wel de stichter van de kerk, mor hij zörgde niet veur t
onderhold. Dat deden de boeren van de Westerhörn, de Woarden en Juursemoakluft. De boeren oefenden ok het colloatsierecht uut: het benumen van domnee
en skoelmeester. Overeenkomsteg t Ommelaander landrecht van 1601 kon veur elke heerd hand van n bepoald aantal jukken of groazen een stem uutbrocht
worden veur het verkiezen van n leroar. Dit stak nog gunsteg oaf bij andere dörpen, woar de heer van t dörp voak het recht van t beroepen allenneg har.
Doarveur was domnee verplicht elke zundag veur de heer en zien gezin te bidden. Domnee van Midwolde was doar slim op tegen. Doe hij op n keer volgens
de heer van "Nienoord" niet hang til inneg genoeg beden har, liet er de kerk met planken dichtspiekeren. Drie weken aaneen hiel hij de kerk sloten.
Domnee har mor te kiezen: "bidden of de loan uut".
De heer van Nienoord was n man die hiel wat te vertellen har, want hij zee mor even, hoe hoog de brug aan de oostkaart van Nijziel wezen most.
Zien turfschipper mosten der onder deur kennen, want hij har n zoltwinnerij op de tegenwoordege Boschploats, bij Kommerziel, dat doedestied nog n
open verbiendeng met de Waddenzee har.
Het woapen van Gruupskerk het ien de bovenste helte n griffioen, het woapen van de femilie Griep. Nicolaas Griep was de stichter van de kerk
ien het gehucht Engewert, dat loater de noam aannam van Gruupskerk. Beneden ien t woapen stift het kerkgebaauw van de Nederlandse Hervormde Gemeente.
Ienwoners van Gruupskerk konden vroeger ploatsen ien e kerk kopen, want ien de joaren 1906-1910 sten voak ien n boeldagadvertensie dat der ok verkocht
worden zol een zitploats ien de Nederlandse Hervormde kerk.
De kerk van Griep stond nait zo lang, want 'et gebouw werd in
1582 verwoest deur stropende oorlogsbend'n. op dezelfde ploats werd de n.h. kerk
echter 'erbouwd 'n doar stoat 'ie nu sinds 1612 in 'et centrum van 'et oude
dorp. de windwiezer op de tegenwoordige kerk, die een griffioen veurstelt,
herinnert aan 'et geslacht Griep.
Griepskerk 'eeft overigens nog een kerk: de vermaning:
De predikant'n van de dopers'n te Paiterziel woond'n laiver in Griepskerk.. in 1890 werd doarom besloot'n de pastorie
te bouuw'n aan de 'erestroat in Griepskerk.
Om praktische redeen'n, besloot'n de gemeenteleed'n de vermaning in Paiterziel
ook moar noar Griepskerk te verploats'n.
De vermaning werd in 1892 in de tuun van de pastorie aan de 'erestroat in Griepskerk 'erbouwd.
Veural met de woardevolle onderdeel'n zoas de twee kroonluchters uut 1791, de ambtsdragersbank'n,
de preekstoel 'n de gevelsteen
Op 27 moart 1969 is de gemeente soam'n gegoan met de 'verenigde doopsgezinde gemeente in 'et Westerkwartier
van Groning'n' te Noordhorn. er werd nog eens in de 4-week'n in Griepskerk een dainst gehold'n, de overige dainst'n vond'n in noordhorn ploats.
op 31 oktober 1984 werd de vermaning in eigendom overgedroag'n aan de stichting oude groninger kerk'n.
in 1994 werd de vermaning gerestaureerd
'n verbouwd tot opboarruumte /aula.
kunstwaa'k 'de kast' te Griepskerk:
Op 31 december 2001 is in Griepskerk bie de
veurmalige doopsgezinde kerk (in de volksmond bekend as 'de vermaning') een kunstwaa'k
geploatst in 'et kader van 'et 500-jarig bestoan van Griepskerk. Dit project
is tot stand gekoom'n met steun van 'et sns-fonds, de culturele road Griepskerk,
de provincie groning'n 'n de gemeente Zuudhörn. 'et beeld is ontworp'n deur de uut
Griepskerk afkomstige beeldend kunstenoar Gert Sennema. de kast 'eeft vief load'n 'n
iedere lade stoat veur een eeuw geschaidenis van Griepskerk. in 'et kunstwaa'k zit een
gleuf woarin iedereen zien persoonlieke boodschapp'n veur de toekomst kan deponeer'n,
zoas geboortekoartjes, overliedensbericht'n of braiv'n. na een aantal joar'n zal 'et
kunstwaa'k word'n geleegd. op deze manier schriev'n de inwoners van Griepskerk mee aan
de naiuwe geschaidenis van 'un dörp.--->lees De historie van Grijpskerk wordt in het Westerkwartiers vastgelegd
De periode van uitbouw van het kanalenstelsel voltrok zich in de
tweede helft van de 19e eeuw. Toen ook eerst kreeg Groningen een behoorlijke
verbinding binnendoor met Friesland en het westen van ons land door de bouw van
een sluisje in 1864 bij Gaarkeuken. Deze sluis was een verlaat - een schutsluis
- waar de schippers gemakkelijk even aan land konden
gaan.
Daarheen werd dan ook de gaarkeuken verplaatst, die tevoren aan het zuidelijker gelegen
Kolonelsdiep had gestaan. Bij deze gaarkeuken verrezen enige huizen waarvan de
bewoners een bestaan zochten in de levering van schippersbehoeften: in de eerste
plaats sterke drank, maar ook proviand. Aan deze Gaarkeuken heeft het gebied
zijn naam te danken. In 1924 kwam een nieuwe sluis gereed. In de Tweede
Wereldoorlog werd de sluis ernstig beschadigd. Na herstel bleek de sluis niet
opgewassen tegen het zeer intensieve gebruik. Op zeven kilometer van de
Fries-Groningse grens, bij Gaarkeuken, is in 1980, ter vervanging van de in 1924
gebouwde sluis, de nieuwe schutsluis in het Van Starkenborghkanaal gereed
gekomen. De sluis vormt de scheiding van de Friese boezem (-0,50 m NAP) en de boezem van het
Westerkwartier (-0,93 m NAP) . De sluis heeft een schutlengte van 190 meter en schutbreedte van 16 meter en
drempeldiepte van 4,77 meter beneden het laagste aangrenzende kanaalpeil. De
sluisdeuren, met een gewicht van 27 ton elk, zijn voorzien van openingen met
schuiven voor het nivelleren van de sluiskolk. Nivelleren vergt ongeveer 6 min. Het sluiten en openen van de
deuren vergt ongeveer een minuut. De bouw van de sluis nam ruim 4 jaar in beslag
(van eind 1975 tot 16 juni 1980). Gaarkeuken is tevens een Centraalbedieningspost voor de bruggen Zuidhorn, Aduard en Dorkwerd.
De bedieningsunit is door glasvezelkabel met de bruggen verbonden.
De bouwkosten van het gehele sluizencomplex bedroegen 20 miljoen gulden. Ter vergelijking van deze kosten moge worden
vermeld dat de aanleg van het Van Starkenborghkanaal, inclusief de Oostersluis
te Groningen gedurende de jaren 1929-1937, in het geheel een bedrag van tien
miljoen gulden vergde. Gedurende de jaren 1990-1996 is de nieuwe Oostersluis
gebouwd (een sluizencomplex tussen het Van Starkenborghkanaal en het Eemskanaal)
in Groningen. De investeringskosten bedroegen ruim 60 miljoen gulden. Sinds 2003 is het kanaal
opgewaardeerd en toegangkelijk voor een maximaal laadvermogen van 3000 ton.
De grootst toegelaten lengte en breedte van de schepen door het kanaal is 110 meter bij 11,50 meter met een diepgang van 3.20 meter.
Jaarlijks passeren er 16000 vrachtschepen met een gemiddelde tonnage van 1340 ton.( Voor de opwaardering was de gem.tonnage 950 ton.)
Totale laadvemogen in 2007 bedroeg 21.900.000 ton. Passage recratievaart was in 2007 7500. Project aanpassing vaarweg Lemmer Delfzijl
In de driehoek Grijpskerk-Kommerzijl-Niezijl is in 1990 door de
NAM een aardgasveld aangetroffen van ruim 10 miljard m3. Dit gasveld wordt
geëxploiteerd en is tevens geschikt gemaakt om hierin "hoog-calorisch" aardgas
(gas dat door elektriciteitscentrales en andere industrieën wordt gebruikt) uit
andere velden in Nederland te injecteren om zo (landelijk) voldoende
piekcapaciteit beschikbaar te houden. Het is de
bedoeling om in optredende piekperioden met een hoge aardgasvraag (voornamelijk
in de winter) gas aan het Grijpskerk-veld te onttrekken en buiten deze perioden
het gasveld weer aan te vullen met gas uit het Gasunienet. Daartoe zijn zowel
bovengronds als ondergronds installaties aangelegd Op 1 januari 1997 is volgens
plan de installatie voor het ondergronds opslaan van aardgas in bedrijf genomen.
Het totale complex is op 26 juni 1997 officieel in gebruik gesteld. De werking
van de gasopslag bestaat uit het injecteren van aardgas gedurende de
zomermaanden en de productie van dat aardgas gedurende de wintermaanden. De
opslagcapaciteit van "Grijpskerk" is drie miljard kubieke meter. De
productiecapaciteit per dag is voorlopig 36 miljoen kubieke meter. Deze
dagcapaciteit zal over enkele jaren uitgebouwd zijn naar 80 miljoen kubieke
meter. De totale investering voor "gasveld Grijpskerk" bedroeg circa één miljard
gulden. Aan de bouw is 1.500 manjaren besteed. De installatie biedt werk aan 35
mensen en beslaat een oppervlakte van circa 40 hectare.
Nieuwe schakel in gasrotonde
Op 22 maart 2007 is de eerste compressor in Grijpskerk een nieuwe onmisbare schakel gelegd voor de Europese gasrotonde die Nederland graag wil zijn.
Om dat draaipunt in de gasvoorziening in Noordwest Europa to worden, is een goed geoutilleerd gasleidingennet met ondergrondse opslagplaatsen
absolute voorwaarde. Gasunie in Groningen werkt er hard aan om dat voor elkaar te boksen.
Het in aanbouw zijnde compressorstation in Grijpskerk is onderdeel van een bijna 900 miljoen euro kostend project om de gasdoorvoer
van oost naar west to verbeteren. Dat is nodig voor de leveringszekerheid in West-Nederland en onder meer om Russisch aardgas naar het
Verenigd Koninkrijk to transporteren.
Als onderdeel van het werk is voor 530 miljoen euro de BBL-pijpleiding aangelegd van de Noordhollandse kust (Balgzand) naar Bacton in Engeland.
Verder wordt gewerkt aan een nieuwe gasleiding van Grijpskerk naar Workum en via het IJsselmeer naar Wieringemeer. Om het gas met
voldoende druk te transporteren, zijn compressorstations nodig. Grijpskerk - het elfde compressors van Gasunie - moet er voor zorgen dat het
gas in de gewenste hoeveelheden kan worden getransporteerd.
November 2007 is de nieuwe gaspijp in gebruikgenomen.
Een nieuwe aardgasleiding tussen de gasrijke provincie Groningen en Noord-Holland is 30 nov. officieel in gebruik genomen.
De pijpleiding staat rechtstreeks in verbinding met de grote Britse markt. De pijpleiding, waarmee een investering van 300 miljoen euro is gemoeid,
versterkt de positie van Nederland als `gasrotonde'van Europa. De leiding tussen Grijpskerk en Wieringermeer transporteert ongeveer
1,5 miljoen kubieke meter gas per uur.
Vogelkijkhut.
Vogelkijkhut "Schel-iefke" in de Westerhornerpolder.
De Staatsbosbeheer heeft samen met gemeente Zuidhorn gezorgd voor de bouw van een vogelkijkhut in haar natuurgebied
Westerhornerpolder - 52 hectare - tussen het spoor en het Hoendiep nz bij Gaarkeuken.
Nu kan het publiek de vele weidevogels en wintergasten in dit waardevolle natuurgebied bekijken. Dit
gebied is een eldorado voor weidevogels.
Brontekst" Speurhond, Groningen"
Trafohuisje.
Even buiten het dorp Grijpskerk staat een transformatorhuisje. Vroeger had het een houten deur.
Nu is het huisje een monument en de deur is van brons. De ouderwetse fiets tegen de muur is ook van brons.
Op 26 oktober 1944 fietsten politieagent Middel en verzetsman Van Dijk midden in de nacht van het gemeentehuis naar deze plek.
Ze hadden twee postzakken bij zich met zo'n 3500 persoonskaarten. Die verstopten ze in het electriciteitshuisje.
Zo konden de Duitse bezetters geen inwoners van Grijpskerk oproepen om voor hen te gaan werken.
De burgemeester had dit plan bedacht. Bijna niemand wist ervan.
Meteen hierna moest hij onderduiken.
De verzetsgroep van Van Dijk werd later opgepakt,
maar de Duitsers hebben de persoonskaarten nooit gevonden.
Geschiedenis
De Klokkentoren in Grijpskerk (gemeente Zuidhorn) is opgericht ter nagedachtenis aan de dertig medeburgers die tijdens de bezettingsjaren door oorlogsgeweld zijn omgekomen, te weten: Dirk Boonstra (51 jaar), Rebekka Cozijn (59 jaar), Eva van Dam (83 jaar), Hendrik Drogt (24 jaar), Hindrik van Dijk (46 jaar), Willem Gerrit van Dijk (25 jaar), Abraham Salij Gans (24 jaar), David Gans (65 jaar), Elly Allegonda Gans (27 jaar), Henderina Gans (54 jaar), Rosette Gans (58 jaar), Jette Israëls (58 jaar), Mozes Israëls (65 jaar), Mozes Israëls (63 jaar), Salomon Israëls (52 jaar), Hotze Pieter de Jong (40 jaar), Hendrik Renze Kalk (44 jaar), Sjoerd Kok (20 jaar), Reinder Klaas van der Ploeg (31 jaar), Pieter Radema (22 jaar), Bauke Johannes Ros (33 jaar), Cornelis Johannes Schijf (24 jaar), Alida Snijders (60 jaar), Arnoldus Stuut (20 jaar), Jan Vos (27 jaar), Hielke van de Wal (24 jaar), Jan Wiersma (20 jaar), Klaas Reinder Wiersma (23 jaar), Bertha van Zanten (65 jaar) en Anne van der Zaag (23 jaar).
Na de bevrijding kwam in Grijpskerk al spoedig de gedachte naar boven dat men een oorlogsmonument wilde oprichten. Nadat de daartoe in het leven geroepen commissie hfl. 7.000,- bijeen had gebracht, kreeg gemeentearchitect J. Boersma de opdracht een gedenkteken te ontwerpen. De toestemming tot plaatsing werd spoedig verkregen nadat de Provinciale Commissie voor Oorlogs- en Vredesgedenktekens het ontwerp aan de minister van O.K. en W. ter goedkeuring had voordragen.
Het monument is onthuld op 4 mei 1950 door mevrouw H.R. Kalk, weduwe van de in de oorlog doodgeschoten gemeentesecretaris Hendrik Renze Kalk. Lees meer hierover
Grijpskerk had een Joodse Gemeente.
Brontekst "Grijpskerk, schetsen uit de dorpen van de voormalige gemeente.
Auteur W. Kamminga.
Er is een tijd geweest dat Grijpskerk
een Joodse gemeente had. Dat wil zeggen de gemeente Grijpskerk met de gemeente Ezinge en Oldehoven vormden
de gemeente Grijpskerk. In de Pinkas, het boek over alle voormalige Joodse gemeenten in Nederland, staat o.a.
vermeld: De Joodse gemeente Grijpskerk werd pas in 1879 erkend. Daarvoor hoorden de Joodse inwoners bij de
Joodse gemeente te Leek. De inwijding van de synagoge vond plaats in dat jaar. Er werd gebruik gemaakt van
een gebedsruimte in de Keupelstraat, welke ruimte door de niet Joden de "Jeudenkoamer" werd genoemd.
De zijstraat van de lageweg stond bekend als Jeuden Breedstraat. In 1881 werd de Joden een gedeelte
van de Algemene Begraafplaats aan de Oosterkade bij de Poel toegewezen. Rond 1880 telde Grijpskerk
als gemeente vier Joodse slagers. Sommigen van hen waren tevens veehandelaar. Anderen hadden een manufacturenhandel.
Behalve één Jood, David Israels uit Visvliet, werden alle Joden in de oorlogsjaren vermoord. In Ezingen en Oldehoven
woonden voor de oorlog al geen Joden meer. David Israels werd geboren op 29 juni 1877 te Visvliet.
Nadat hij was terug gekomen uit zijn onderduik vertrok hij uit Visvliet op 14 september 1949 naar Den Haag,
waar hij in een Joods rusthuis op 11 mei 1957 overleed. Het huis waar hij met zijn broer Salomon en zijn zuster
Jette had gewoond verkocht David aan Hielke Bosklopper, die er een kapperszaak vestigde. Verder werd er een
Tora-rol behouden als enig voorwerp uit hun synagoge. Op de Algemene Begraafplaats vind men nog de namen der
weggevoerden op een monument. Het Joodse deel van de begraafplaats wordt onderhouden door de burgerlijke gemeente.
In 1948 is de Joodse gemeente bij de stad Groningen gevoegd.
Noot: In 1941 woonden alleen in de gemeente Grijpskerk nog 14 Joden. De meeste van hun familie waren tussen 1900 en 1940
naar de stad getrokken waar de handel beter loonden.
Brontekst "Grijpskerk,
schetsen uit de dorpen van de voormalige gemeente. Auteur W. Kamminga.
De Poel
De enige waterweg naar Grijpskerk is en was het Poeldiep. En aan het einde daarvan lag de haven,
die we de Poel noemden en nog zo wordt genoemd.
Maar het is er stil geworden. Er was een tijd,
nog niet zo lang geleden, dat er altijd wel schepen in de haven lagen. Het was daar een levende boel bij de haven.
Veel kwam er per schip aanen moest gelost worden. Zoals het hout voor houtstek Dirk Haan en grind of stenen voorde gemeente.
De spoorbrug was nog een draaibrug en kon worden geopend voor de doorvaart van schepen. De Zuidema's Douwinga
en Zwartsenberg, dat waren bekende namen van schippers, die uit Grijpskerk kwamen. Maar vaak lagen er ook schepen
in de haven van andere schippers, die wat kwamen brengen of halen. De Zuidema's voeren met bieten naar de
suikerfabrieken en gingenn in de herfst naar de venen in Drenthe om daar turf te halen. Veel kachels werden destijds
nog met turf gestookt en als de schippers terugkwamen werden de turven per 100 of 1000 stuks verkocht. De boeren kwamen
vaak met paard en wagen bij de haven en dan werden de turven met korven uit het ruim van het schip gehaald en op de
wagen geladen.
Zuivelfabriek
Op 14 januari 1889 werd de zuivelfabriek in Grijpskerk aan de Fabrieksweg (nu
Waardweg) in werking gesteld. De fabriek kreeg in de loop van de tijd vrij grote
bekendheid door de goede producten die men er bereidde. Op het hoogtepunt
werkten er wel 70 mannen en ook vrouwen en 14 melkrijders voerden de melk,
vaak met paarden en wagens, uit de wijde omtrek aan. De fabriek had enkele
nadelen. Ten eerst moest het vuile water worden afgevoerd door de Zuiderriet en
nabij Pieterzijl in de Lauwers worden geloosd. Daarvoor werd voor de
oorlog een houten persleiding gelegd van pijpen die 50 cm in doorsnee waren. De
leiding werd langs de noordkant van de Zuiderriet gelegd en ligt er nog. Dan was
er de aanvoer van kolen voor de stoommachines. Alle kolen werden per spoor
aangevoerd en er werd dan een wagon met kolen bij het station neer gezet. Dirk
van der Ploeg, die aan de Poel no.a 19 (nu no.20) een voermansbedrijf had,
bracht de kolen dan met paard en wagen naar de melkfabriek. Hij had vaak
twee wagens met houten wielen achter elkaar met een paard er voor en liep er
zelf naast in zijn blauwe kiel. Honderden malen is hij zo door het dorp van het
station naar de melkfabriek en terug gelopen om de fabriek van brandstof te
voorzien. Tot slot was het tot 1936 een hele toer om goed water voor de fabriek
te vinden. De waterleiding was nog niet aanwezig en het water moest uit de grond
worden gehaald door de zogenaamde "Nortonpompen". Maar er moest
natuurlijk wel water aanwezig zijn en daarvoor schakelde men wichelroedelopers
in, die water moesten zien te vinden. Tot zelfs uit Duitsland werden er mensen
aangetrokken om naar water te zoeken. Veel gezoek en het succes was niet altijd
even groot. Er heeft nabij de Fabrieksweg aan de westkant, ongeveer waar nu de
rondweg loopt, een betonnen gebouwtje gestaan met daarin een Nortonpomp om water
voor de fabriek op te pompen. Toen de waterleiding was aangelegd had de fabriek
schoon water.
Boerderij bij Grijpskerk op
monumentenlijst
Bron: Frieschdagblad.
De eeuwenoude boerderij aan de Westhornerweg 6 bij
Grijpskerk staat op de monumentenlijst. Eigenaar is fam Van der Veen.
Hij runt er een mini-camping
Acht jaar geleden kocht de voormalige onderwijskracht de boerderij ten westen van
Grijpskerk. ,,Er waren destijds plannen om de oude boerderij te slopen. Er zou
dan een bungalowtje neergezet worden. Wij wilden koste wat kost voorkomen dat
de boerderij gesloopt zou worden’’, vertelt Van Zanden. Hij verkocht zijn
twee-onder-een-kapwoning in Grijpskerk en besloot de boerderij te kopen.
Het
oudste deel van de kop-hals-rompboerderij is meer dan vijfhonderd jaar oud. Het
oudste deel is de hals, een overblijfsel van een langhuis. De kop, het
voorhuis, bestaat geheel uit kloostermoppen. In de boerderij bevinden zich
diverse bijzondere tegeltableaus uit de zestiende eeuw. Deze blauwe tegels zijn
gemaakt in de bekende Harlinger aardewerkfabriek. De tegels rondom de schouw
tonen verscheidene bijbelse voorstellingen, zoals de spieders die terug kwamen
uit het beloofde land, Jacob die droomt te Bethel en Sodom en Gomorra. In het
voorhuis is de beschilderde bedstee met pilaren en bloemslingers een
bijzonderheid. Elke eerste zondag van de maand zijn er rondleidingen. Dan is
ook de expositieruimte geopend.
De
boerderij aan de Westhornerweg heeft geen naam. In 1595 stond het pand bekend
als Sywert Sickemastede, voorheen Idemastede. In 1803 liet de toenmalige
familie Pol het pand ingrijpend verbouwen. De kleine schuur aan het langhuis is
toen vermoedelijk afgebroken en vervangen door een grote schuur. Het rietendak
op deze ruim tweehonderd jaar oude schuur heeft Van Zanden de afgelopen jaren
laten herstellen. Nu het pand op de monumentenlijst staat, komen er ook
subsidiegelden vrij voor het restaureren van de boerderij. Architect Kouwen uit
Tolbert heeft de kosten begroot.
De
boerderij herbergt een waardevol stuk van de geschiedenis van het
Westerkwartier, meent Van Zanden. Op het erf zijn urnen gevonden die stammen
uit het begin van de jaartelling. Verder heeft Van Zanden scherven gevonden van
vaatwerk (een kogelpot) uit de Middeleeuwen en uit de zeventiende en achttiende
eeuw.
Mien geboorte dörp
Tusschen Kommerziel en het Vledderbosch, Tusschen Tarjat en Waordiekster Riet,
Waor de olle Muinck 't Börgje bouwen liet, Leit een hiel mooi dörp, dat hiet Griepskerk.
't Is een hiel mooi dörp, waor 'k geboren ben, Waor 'k van alles ondervond'n 'eb.
Tusschen 't Westerzand en de Hooge weg, Tusschen Olle Lei en Piepkesloot, Woar ôl Niclaos Griep
't Nije Kerkje bood, Leit een hiel mooi dörp, dat is Griepskerk. "t Is een hiel mooi dörp, woar 'k geboren ben,
Waor 'k van alles ondervond'n 'eb.
Volksverhaal
Hai kwam nait wied
Was es 'n man dij 'n vraauw haar mit drij kinder, mor 't was gain beste. Op 'n mörn is e der vandeur goan; hai het ze ale vaier verloaten. Doarom hait dij streek, doar e woonde, nou nóg aaltied Vaierverloaten.
Mor hai kwam nait wied; aigenste dag nóg hebben ze hom grepen, vot bie 'n kerk. Doar is de noam Griepskerk nou nog van overbleven.