Gast

SAALIEN

Stuwwallen en eindmorenes

370.000 jaar geleden brak een nieuwe ijstijd aan: het Saalin. Hierin wisselden warmere en koudere perioden elkaar af. De koudste periode duurde 70.000 jaar, van 200.000-130.000 jaar geleden. Het landijs bereikte toen zijn maximale uitbreiding: in Groningen was de ijslaag zo'n 2,5 kilometer dik! Het landijs, een bundel naast elkaar schuivende gletsjers, nam materiaal mee uit het noorden zoals grote zwerfkeien uit ScandinaviŽ, maar ook leem, zand en kleinere stenen. Plaatselijk stuwde het ijs materiaal uit de ondergrond op tot hoge bulten, bestaand uit een ongelaagde leemachtige afzetting vol stenen en keien: keileem. Het ijs kwam in het begin vanuit het noordoosten ons land binnen. Tijdens dit eerste stadium lag het landijs min of meer stil in Oost-Groningen. Door de groei van het landijs in de winter en de afsmelting in de zomer, bewoog het landijs in een jaarlijks ritme telkens heen en weer en werden de heuvels in en rond Winschoten, bij Onstwedde (Onstwedder Holte) en de Hasseberg gestuwd. Het zijn van noordoost naar zuidwest georiŽnteerde eindmorenes. Doordat de ijskap uiteindelijk verder naar het zuiden en oosten oprukte en in dikte toenam, werden deze hoogten bedolven onder ijsmassa's en hierdoor afgevlakt. Verder zuidwaarts van Groningen werden bij het front van de ijskap tjdens een volgende fase de stuwwallen opgeworpen op de lijn Texel-Coevorden. Tijdens een volgende fase kwam een vooral noordzuid gerichte ijsstroom tot ontwikkeling die leidde tot het ontstaan van de Hondsrug. Ten oosten van deze stuwwal schuurde het ijs een zeer diepe laagte uit, waardoor later de Hunze ging stromen. Behalve de Hondsrug telt onze provincie meer stuwwallen en met keileem bedekte ruggen of heuvels die soms als gast (zandige hoogte) worden aangeduid (zie kaart met vormen uit de Saalien- en Weichselien-ijstijd). De Hasseberg bijvoorbeeld, de Onstwedder Holte en de Tichelberg, de hoogten van Winschoten, die van Noord- en Zuidbroek en Slochteren met het nabije eiland van Wagenborgen Ten westen van Groningen liggen Noord- en Zuidhorn op een grondmorenerug, die dezelfde NNW-ZZO-orientatie heeft als de Hondsrug. De keileemafzettingen behoren tot de Formatie van Drenthe. Het Drents Plateau strekt zich niet alleen over de aangrenzende Friese Wouden en Zuidoosthoek uit, maar ook over het Zuidelijk Westerkwartier van Groningen. Hier ligt de keileem vlak onder bet oppervlak, dat wit zeggen op minder dan 1.20 meter diep