Groninger dorpen als kleine musea
Door Bart Aardema
Niets is aangenamer dan op een rustige dag het Groninger land op je fiets te doorkruisen. Eindeloos groen en de verre horizon alleen maar onderbroken door het silhouet van een kerktoren. Romantisch, prachtig, maar het Groninger landschap laat zich niet zo eenvoudig beschrijven. Vrij naar de dichter Martinus Nijhoff: "Kijk maar, het is niet wat het is." Er zijn meerdere Groninger landschappen. Je hebt het Westerkwartier met zijn fraaie boomwallen, de kale vlaktes van de VeenkoloniŽn, het Drentse landschap van de Gorecht, maar het echte karakter van het Groninger landschap vind je ten noordwesten van de stad, het oudste cultuurland van het Noorden. Dit land hoger dan de rest. Niet meters hoger, maar toch. Dit heeft te maken met de geologische geschiedenis van het land. Toen het ijs zich terugtrok in een ver verleden bestond Noord-Nederland grofweg gezegd uit het Drents plateau dat aan een soort Waddenzee grensde. Eb en vloed hadden vrij spel. De rivieren zoals de Hunze en de Lauwers hadden wijde mondingen, zoals tegenwoordig de Eems. In de zee vonden de gebruikelijke geologische processen plaats. Er ontstonden zandbanken, en onder invloed van het tij ook prielen, standwallen en dergelijke. Een dynamisch geheel.
Er werd zand en klei afgezet, op zuiderlijker deel op een veenbodem. Deze klonk in en werd lager. Omstreeks het begin van onze jaartelling lag de grondvorm van Groningen min of meer vast. Al moet je je wel voorstellen dat het zeewater toen nog altijd in- en uitstroomde. Vanuit de hoger gelegen gronden trokken steeds meer mensen de Waddenzee binnen. Ze vestigden zich op de hoogste plaatsen en verhoogden die plekken als dat nodig was om maar droge voeten te houden. Zo ontstonden de wierden die zo kenmerkend zijn voor het landschap. Later dijkte men de zee steeds meer in om meer land te krijgen en zich zelf tegen het water te beschermen. Het leuke van Groningen is, dat deze geschiedenis nog zichtbaar is in het landschap. Waar elders de moderne tijd de oude vormen heeft vernield, is hier door de manier waarop de grond werd doorgegeven aan de volgende generatie de situatie nog vrijwel gelijk aan die van het verleden. De wegen voeren nog steeds over of langs de oude dijken, ook al zie je dat niet direct. Daarom zijn ze zo smal en kronkelen ze als serpentines. In het Humsterland zijn zelfs de oude prielen nog zichtbaar in de vorm van kromme sloten, terwijl overal nog antieke dijken uit het land oprijzen. Niet alles is ongeschonden.In de vorige eeuw zijn delen van de wierden afgegraven. Dat was goede grond die men in Holland wel kon gebruiken. Vandaar dat een dorp als Ezinge steil oprijst uit het land, maar als je naar Saaksum rijdt, kun je nog goed zien hoe oorspronkelijk een wierde heel gelijdelijk over ging in de omgeving.



Vooral fietsend krijg je door de lage snelheid een goede indruk van het landschap. Alles lijkt vlak en groen, maar als je goed kijkt, zie je dat het land niet plat is, maar gewelfd. Precies zoals destijds de zeebodem. Ook de boerderijen en dorpen staan op verhogingen, die heel logisch en natuurlijk in het landschap liggen. In dit land is een boerderij niet zomaar een boerenhoeve. Ook al stamt het huidige gebouw uit min of meer recente tijden. De fundamenten stammen uit ver vervlogen tijden. Dat geldt ook voor de dorpen. Het zijn eigenlijk kleine musea. Het land is cultuurland en natuur tegelijk. Het Groninger land moet je leren waarderen, het geeft zijn geheimen niet zomaar prijs. Als ik dan weer zo'n dijkje midden in het land zie, vraag ik me dikwijls af: wat is nu de binnenkant van de dijk en wat de buitenkant, tegen welk water moest hij bescherming bieden? Dan denk ik de oude kaart er bij en pas daarna wordt alles duidelijk. Telkens verwonder ik me weer. Zo blijkt een breed uitstulping van een dijk ten noorden van Kommerzijl een oude schans te zijn uit de tijd van de Spaanse bezetting. Het is niet nodig naar het buitenland te fietsen, hier is ook veel te zien.
Fiets routes Grijpskerk e.o. :