Geschiedenis van het Fries-Gronings landschap rond de Lauwers

De monding van het riviertje de Lauwers groeide uit tot de Lauwerszee

 

 Het gebied rond de Lauwers ligt in het noordoosten van de provincie Fryslan en in het noordwesten van de provincie Groningen. Het bestaat uit zeekleipolders in het gebied van de rivier de Lauwers en in de voormalige Lauwerszee. Lauwers ontstond aan de noordzijde van het keileemplateau dat het Drents plateau genoemd wordt. Een laagte volgde op de erosie daar waar de rivier de Lauwers door het gebied stroomde. Na afloop van de laatste ijstijd werd het klimaat warmer en vochti­ger, waardoor de ijskappen smolten en de zeespiegel steeg. De grondwaterspiegel steeg ook, waardoor evenwijdig aan de toenmalige kustlijn moerassen en veengronden ontstonden. Doordat de zeespiegel bleef stijgen, werd de veenvorming aan zeezijde door het zoute water en door de afzetting van klei belemmerd, terwijl het veenmoeras zich landinwaarts steeds verder uitbreidde. In de vroege Middeleeuwen drong de zee steeds dieper het land binnen en werden grote stukken veen weggeslagen. De mon ding van de Lauwers werd uitgeschuurd tot een breed estuarium: de Lauwerszee. Langs de rivieren werden kleiige wallen afgezet, die oeverwallen of kwelderwallen wor­den genoemd. Door daling van het achterliggende veenland kwamen deze wallen relatief hoog te liggen. Op veel plaatsen zijn ze afgegraven ten behoeve van steenbakke­rijen. In gebieden waar het veen niet werd weggeslagen, zette zeeklei zich of op het veen. Een deel van deze kwelders en klei-op-veengebieden is ingepolderd, waardoor de Lauwerszee kleiner is geworden. Zoals bekend werd in 1969 de Lauwerszee afgesloten, wat het einde betekende voor deze zeeboezem.

Dc zeewering aan de westkant van de voormalige Lauwerszee dateert "it de elfde eeuw. Zij beschermden de gronden van Oostergo tegen overstroming . Ten zuiden van de voormalige Lauwerszee stammen de bedijkingen voor een belangrijk deel uit de 13de eeuw. Het Ger­kesklooster nam daarin het voortouw. Er werd een grote zeedijk aangelegd in de provincie Groningen, van Noordhorn naar Grijpskerk en vandaar naar Stroobos en de westelijke oever­wal van de Lauwers naar Burum en Kollum. Nadien werden steeds verder naar het noorden dijken aangelegd. Burum is het oudste in cultuur Gebrachte deel van de Lauwers, waar nog vele bochtige sloten zichtbaar zijn; de restanten van oude kreken. In de Lauwers zijn een aantal aan­tal verschillende soorten dorpen te onderschei­den. Burum en Gerkesklooster zijn terpdorpen, Kollumerpomp en Wartstermolen zijn enke­le van de dijkdorpen en verder zijn er nog een aantal zijldorpen, ontstaan bij sluizen. Zout­kamp is een oud vissersdorp dat na de aan­ leg van de afsluitdijk rond de Lauwerszee niet meer als vissersdorp dienst kon doen. Vele ri­vieren mondden uit in de Lauwerszee. Bij Zout­kamp kwam bet Reitdiep erin uit, bij Munnike­zijl de Lauwers, bij Dokkumer Nieuwe Zijlen de Dokkumer Ee en bij Ezumazijl de Zuider Ee. Sinds de afdamming van bet Reitdiep in 1877 zijn bij Zoutkamp sluizen gebouwd. Er liggen dus vele oude waterstaatkundige kunstwerken in bet voormalige Lauwerszeegebied.

Het Dokkumerdiep was een van oudsher belangrijke scheepvaartroute. Tegenwoordig heet het, na het rechttrekken van een aantal meanders en de aanleg van sluizen, het Dok­kumer Grootdiep. De Stroobosser trekvaart en het Prinses Margrietkanaal zijn, net als het Lauwersmeer met diens geulen, vroegere kwel­ders en platen, belangrijke in bet oogspringen­de cultuurhistorische aspecten, die de wor­dingsgeschiedenis van bet gebied illustreren. Ook de zeedijken, slaperdijken en de sluiscom­plexen zijn belangrijke cultuurhistorische blik­vangers.

Bron Lauwersmeer Koerier