Het verhaal van Johan van der Dong. / Ontstaan van sportpark "De Enk" te Grijpskerk 1966. / Ello Tammo Sterenborg. / Het verhaal van Arie Meijer. / Het verhaal van Bindert Helder. / Het verhaal van Jan Wiersma. / Het Jan Schreuder/

Bommenwerper-crash Grijpskerk: het boek kan dicht…

GRIJPSKERK – Het boek kan dicht. Maar ook weer open. Dat boek is een bundeling van foto’s, publicaties en documenten over de crash van een Halifax-bommenwerper bij Grijpskerk. Het gaat naar een theeschenkerij/museum in het Pollington Airfield Memorial Garden, voor wie dit maar wil zien…

De actie is een initiatief van Stichting Het Verleden doen Herleven, bestaande uit Anneke Vink, Jan Veenstra en Bindert Helder. Laatstgenoemde is al jaren in de weer met de crash in 1943 en kent nagenoeg alle details. “Er was sprake van sabotage. De bemanning wilde het toestel in zee laten storten en sprong er uit, in de lijn van Opende-Zoutkamp. Het vliegtuig maakte echter nog een bocht en kwam neer bij Westerhorn”, aldus Helder. Hij had als kind en ander toestel neer zien komen en raakte gefascineerd…

Niemand kwam om. Helder en Veenstra kregen contact met navigator Jim Nicholson, die was ook meermalen te gast in Grijpskerk. Vijf jaar geleden overleed de Britse oud-vlieger. ” Jim blijft voor altijd in ons hart. Hij is meerdere malen onze gast geweest en heeft daarbij veel Grijpskerkers leren kennen. Hij was aanwezig bij meerdere officiële gelegenheden rond de bevrijding en tijdens exposities. Ook heeft hij zijn verhaal kunnen doen op de lagere school in Grijpskerk.. Alles heeft er uiteindelijk ook toe geleid, dat er namens het 4 mei comité te Grijpskerk een gedenkplaquette en herinneringsboom zijn geplaatst op het Pollington Airfield Memorial Garden, wat de thuisbasis van het 51e squadron was”, aldus Veenstra.

Fosforbom De speurders, inmiddels versterkt met Anneke Vink, kregen contact met Zoe Bayston, Janette Gibbons, Sara Easton en Emma Elmo Crowhurst. De Britse vrouwen krijgen veel bezoek van veteranen en familieleden, en kunnen hen met het (digitale) boek veel informatie verstrekken. Ook gaat schroot van het toestel maar naar het voormalige vliegveld nabij Leeds. Een fosforbom ooit voor consternatie. Het niet grote, maar normaliter levensgevaarlijke explosief lag in een sloot. De Explosieven Opruimingsdienst kwam na enig aandringen bij de politie ter plaatse, maar ontdekte dat de bom was leeggebrand.

Met de aanbieding van het boek vrijdag aan de dames en het gemeentebestuur wordt het boek gesloten. Of is er na dit laatste hoofdstuk nog een epiloog? Dat het speurderstrio stil gaat zitten, is hoogst twijfelachtig.

bron Westerkwartier

okt.2014

Slagwerker Roelf Postma

Roelf Postma. De muziekdocent, waar bijna elke slagwerker in het Westerkwartier wel les van gehad heeft, treedt aankomende zaterdag met zijn slagwerkgroep Procussion op tijdens het Robles Rock festival in het park van Grootegast. Zin heeft de muzikant hier zeker in: "We komen met onze eigen percussiegroep, aangevuld met blazers, gitaristen, zangeressen en met een beetje geluk een steeldrum." ledere slagwerkmuzikant in het Westerkwartier kent Postma. Samen met collega Sebastian Demydczuk probeert hij de leerlingen van onder andere Stichting Muziekonderwijs Grootegast en Kunstbedrijven Westerkwartier de kneepjes van het vak te leren. Wat velen echter niet weten is dat zijn muzikale carriere al veel langer is. Zo speelde Postma in grote producties van Joop van de Ende en studeerde hij een jaar in Leipzig.
"Het werken bij de musicals was hartstikke leuk," vertelt Postma enthousiast. "Ik heb in Mama Mia gespeeld. Hierbij traden we op in het Beatrixtheater in Utrecht." Ondanks zijn successen is de slagwerker met deze tak van sport gestopt. "Je moest elke keer weer auditie doen. De ene keer werd je het dan wel en de andere keer net niet. Daarnaast moesten we bij sommige producties het hele land doorreizen. Dat kost je ontzettend veel uren per dag." Spijt van de stop heeft hij dan ook niet. Momenteel werkt Postma naast de muziekscholen, ook voor zichzelf. "Ik maak veel composities en arrangeer muzick voor muziekverenigin¬gen en andere projecten. Zo mocht ik de muziek voor SWET maken en was de muziek tijdens de toneelvoorstelling op de Northern Meeting ook van mij." In december maakt Postma de muzick voor een alternatief kerstverhaal over Jozuf en Maria, welke opgevoerd zal worden in Grijpskerk."
De technische kennis hiervoor deed Postma op toen hij in 2000 meeliep bij het Waldhaus Orkest in Leipzig. Verschillen tussen de Nederlandse en Duitse muziek zag hij daarbij ook. "Zij hebben een veel langere traditie in het maken van muziek. Toen wij nog op klompen liepen, hadden zij al een 'chef dirigent'. Dit orkest heeft ontzettend goede musici." De ervaringen die hij daar opdeed probeert hij nu door te geven aan zijn Nederlandse leerlingen. "Het gaat dan vooral om kleine dingen waar je om moet denken, maar die kunnen uiteindelijk wel heel belangrijk zijn." Naast dit werk heeft Postma nog cen grote liefde: Procussion. De slagwerkoroen. die hij Binde 2000 oprichtte met Sebastian Demydzzck bestaat inmiddels uit twaalf slagwerkers tussen de 12 en 20 jaar. Het orkest werd toen opgericht omdat de muzikanten, die zelf vaak bij verschilfende muziekverenigingen spelen, op zoek waren naar meer uitda¬ging. Postma: "Met alle respect, maar de meeste dirigenten hebben maar weinig kaas gegeten van percussie en omgekeerd. Percussie is een gespecialiseerd vak en daar moet je enorm veel mee bezig zijn." Met Procussion treedt Postma aankomende zaterdag op tijden het Robles Rock festival in Grootegast. "We gaan er cen muzikale inburgeringcursus van maken waarbij we allerlei Nederlandse hits zoals `De Bestemming' van Marco Borsato en 'Soldaat van Oranje' ten gehore brengen." Daarnaast wil de band samen gaan werken met Paula James uit Grootegast, die bekend staat om haar steeldrum. "Ook willen we graag nog een rapper hebben, die met ons mee kan doen." Om het programma goed samen te stellen wordt momenteel achter de schermen nog heel hard gewerkt. Postma: "We maken muziek in de latin-stijl, dus dat betekent dat alle nummers gearrangeerd moeten worden. Per nummer kost dat ongeveer acht uur en als je dan bedenkt dat we zeker zeven nummers gaan spelen, weet je dat het een week werk kost. Daarna moeten de muzikanten het ook nog instuderen, maar door hun professionaliteit kan dit vaak al in twee avonden." Wel heeft de Grijpskerker nog een wens. "Het gaat erg goed met Procussion, maar momenteel hebben we nog maar een daure in ons mid¬den. Het zou leuk zijn als we er nog wat meer bij zouden krijgen." Mensen die meer informatie willen kunnen ook kijken op www.procussion.com

Beeldhouwer en muzikant
Gert Sennema is geestelijk vader van SWET, een requiem voor verdwijnende gebouwen in het Groninger Westerkwartier, verpakt in acht muziektheatervoorstellingen. Vandaag en morgen

Door Eric Nederkoorn

Grijpskerk "Mijn voorouders woonden sinds 1789 in Grijpskerk, door de veepest verdreven uit Friesland. Ik ben even weggeweest, maar er nooit van losgekomen. Graag zou ik nog eens vertrekken. Als de kinderen groot zijn. Ierland of Italië. Dat klinkt verschillend, maar die landen hebben grote overeenkomsten. Er heerst in beide een enorme kunstzin. Zodra je in Ierland in de kroeg zit,heb je een goed gesprek. leren hebben een groot gevoel voor schoonheid, zijn passioneel. Dat geldt voor Italianen net zo."

Muziek "Mijn vader, een notarisklerk, was een strakke man. Maar zodra hij een gitaar in zijn handen had, was hij in een heel andere wereld. Dan fleurde hij op en zong hij Amerikaanse traditionals. Rond mijn dertiende was Neil Young mijn grote vriend. Hij begreep me. Ik wilde zijn repertoire wel graag spelen. Als toner. De Amerikaanse traditionals zijn me altijd blijven trekken. Bill Monroe, Bonnie Prince Billy, Damien Dubois. Ik heb ook veel met Gert Vlok Nel. Ik zag rond 1980 wat punk met mijn leeftijdsgenoten deed, de energie die ervan afspatte, maar ik kon er niet in mee, kwam niet in de sfeer.

Genen "Heel jong wist ik, ik word kunstenaar. Op mijn christelijke kleuterschool maakte ik een tekening van cowboys rond een" kampvuur en indianen op de heuvels. Mijn juf zei:'Die is zó mooi, je mag hem op de openbare laten zien'. Daar zei de juf: 'Dit is Gert, hij wil zijn tekening zien'. Ik kreeg applaus. Dat was machtig. En ik wist, dit wil ik. Het kunstenaarschap zit in de genen. Pieter Sennema, mijn betovererootvader was kunst schilder, zijn zoon huisschilder, maar hij ging ook bij boeren langs om ze te portretteren. De huiskamer van mijn grootouders hing dus vol schilderijen. Zo nu en dan pakten ze een klapper met behangstalen, zochten een stukje behang uit en hingen dat ingelijst tussen de schilderijen."

Beeldhouwen "Tijdens de opleiding verveelde ik me bij het tekenen en schilderen. Was me te introvert. Ik wilde fysiek bezig zijn. Met hout en steen voelde ik me veel beter. De prominente relatie met de omgeving had ik nodig. Later heb ik nog wel van alles erbij gedaan; filmpjes maken voor de VPRO, installaties. Breekpunt was het overlijden van mijn moeder. Moment van intens besef. Ik dacht: vanaf nu moet ik alleen nog doen waar ik echt goed in ben."

Doceren "Mijn vader deed mijn boekhouding. Ik zei: 'Zodra ik zonder kan, geef het aan'. Zonder lesgeven. Ik zal het moment nooit vergeten. Daar kwant hij aanzetten op zijn fietsie, aktetas bij zich; ik zag van ver aan zijn kop dat hij goed nieuws kwam brengen. 'Jongen, hou d'r maar mee op'. Het voelde naar twee kanten niet oké. Bij de studenten vond ik dat ik in mijn werkplaats moest zijn, in mijn werkplaats dacht ik: ik doe mijn studenten tekort."

Streektaal "De klank van het Gronings alleen al is zo mooi, als het goed wordt gebruikt. Dat geldt voor liet Fries net zo. Mijn ouderlijk huis bevatte verschillende klanken. mijn vader kwam uit Grijpskerk, mijn moeder uit Noord-Groningen. Met mijn vrouw spreek ik thuis Gronings, maar mijn dochters zien het als gadget, niet als gereedschap."

Brand "Vijf jaar geleden ging mijn werkplaats, liet oude station, totaal verloren. Inbraak, brandstichting, alles weg. 't Ergste was de gitaar van mijn vader. Die was gebouwd door een kandidaat-notaris. Toen mijn vader op zijn vijftiende op dat kantoor kwam werken, vroeg die man hem wat hij van zijn eerst verdiende geld ging kopen. Een gitaar, zei mijn vader. 'Dan bouw ik er eentje voor je', kreeg hij als antwoord. Hij was heel mooi gemaakt, met een geweldige klank. Precies de goeie voor traditionals. Ik zoek nog steeds naar een gitaar met hetzelfde geluid. Kansloos. Toch heb ik door die brand ook de kracht van het niets ervaren. Kort erna dacht ik: oké, dit is rot, maar óók een geweldige kans. Alle troep was immers weg, alle nabeelden in de werkplaats die me toch maar afleidden. Na twee weken van intense woede en verdriet, dacht ik, zo kan dit niet verder, steek je energie in wat goeds! Ik liep naar de slaapkamers van mijn dochters, zag ze slapen: dit héb ik toch!"

SWET "Ik ging naar Willem Wessels en vroeg: zie je dit zitten? Een requiem voor verdwijnende gebouwen en plekken? Het idee is in het Westerkwartier fantastisch opgepikt. Deze vijfde voorstelling rond Kamp Nuis is háást zonder theater. De maaltijd was altijd het uitgangspunt, als zoenoffer dat de Molukse gemeenschap en de Nuisers samenbrengt. In de aanloop is er al veel moois gebeurd. Je proeft de mentale verschillen ook, maar dat is niet erg. Ik wist weinig van Molukkers. Vroeger voetbalde ik er tegen, dat was alles. Cowboys tegen indianen. Dat is het mooie van SWET. Het brengt mensen uit de regio met elkaar in gesprek.'

Harde confrontaties met de traditie.

Profiel * Ideeënkunstenaar Johan van der Dong verbaast de hele wereld.

Wat bezielt die Johan van der Dong eigenlijk? De ideeënkunstenaar uit Grijpskerk slaagt er met een zekere regelmaat in met zijn acties reacties uit de hele wereld op te roepen. Met name zijn Iaatste project, Gods Hotline, bellen met God en dan diens antwoordapparaat beluisteren, 'ik ben er nu even niet', sloeg in als een bom. De internationale pers sprong er bovenop. Mensen uit Van der Dongs omgeving proberen het fenomeen te duiden. Door Peter Blom

GRIJPSKERK - Sinds begin deze maand Gods Hotline (0644244901) werd gelanceerd, assisteert Suzanne Drooge de kunstenaar. Zij is een collega van Johans echtgenote, de juriste Corina Hordijk. De hulp bestaat bijvoorbeeld uit het geven van interviews in een vreemde taal. De directe aanleiding is een beetje verdrietig: Johan doorstond een reeks lichte beroertes niet geheel zonder kleerscheuren. Hij is snel vermoeid en moeilijk ter been, meldt Drooge. Ook praten valt niet altijd mee.

Zij heeft tevens de taak om eens te bekijken of Johan (47) niet wat meer geld met zijn projecten kan verdienen. Velen verdenken de kunstenaar van stiekerm miljonairschap, alleen al vanwege al die telefoontjes richting God. Maar daar is niks van waar, aldus de assistente. "Had hij er een betaalde 06-lijn van gemaakt, dan had hij er tenminste wat aan overgehouden." Johan is bepaald niet zakelijk. "Maar wel een lieve man. Ik merk dat helemaal nu ik hem beter leer kennen. Ongelooflijk." Niet dat Johan helemaal immobiel is geraakt. Vorige week vrijdag nog begaf hij zich naar Den Haag om Rita Verdonk de door hem in het leven geroepen onderscheiding Heiligste Boontje van Nederland to overhandigen. Met vertraging, dat wel, want de toekenning van deze prijs voor 'de schijnheiligste Nederlander' vond vorig jaar november al plaats. De prijs is Johans protest tegen de voorgebakken samenleving waarin lieden als Maurice de Hond de windrichting bepalen.

Symen Bosma, (tv)journalist, filmde voor EenVandaag ooit een discussie die Johan voerde met medekerkgangers in het kerkje van Visvliet. Hij beschrijft Johan als 'luis in de pels', als iemand die voortdurend wil prikkelen en discussie uitlokken. "Want hij slaat de wereld met verbazing gade." Aanleiding voor de kerkdiscussie waren de kritische geluiden vanuit godsdienstige hoek die het project Postbus van God opriep: het versturen van post naar God. Deze voorloper van Gods Hotline wekte zelfs zoveel woede dat iemand Johan schriftelijk bedreigde: 'ik zal je dood gaan bidden'.

Gastheer voor de kerkdiscussie in Visvliet was predikant Cees Vogelvanger die de kunstenaar regelmatig treft in zijn diensten, maar ook prive wel spreekt. Hoe zit het nu eigenlijk met dat geloof van Johan? Hoe verhoudt zijn kerkgang zich met Gods Hotline en dergelijke? Johan zweeft op een grens, stelt Vogelvanger. "Hij wil wel iets houden met religie en geloof Maar aan de andere kant zoekt hij de ruimte en de confrontatie met traditionele opvattingen. Johan zoekt nieuwe vormen. Blijft de vraag: waar doe je het voor? Zelf zegt hij de samenleving te willen wakker schudden."

Gods Hotline herkent Vogelvanger enigszins. "Hij benut moderne communicatiemiddelen, waar mensen de oude vormen verleerd zijn. Aan de andere kant vind ik zo'n project volstrekt ondoorgrondelijk." Een haatliefde verhouding met het geloof, daar kun je volgens Vogelvanger wel van spreken.

We draaien even de Hotline. Deze keer klinkt de stem van een vrouw als God. Ze zegt: "Op dit moment kan ik geen antwoord geven op uw vraag. Spreek gerust een boodschap in zodat ik er over na kan denken. " Johan maakt deel uit van het nomadi§che gezelschap Kunstreizigers dat momenteel verblijft aan het Lage der Aa in Groningen. Een van de drie leden, de voormalige schooldirecteur Albert van Zanden, heeft Johan nota bene op de lagere school in de klas gehad. In Hoogkerk. Wat hij zich herinnert: dat Johan elke keer snel naar huis rende als hij een tekening had gemaakt. Verder niet veel meer. "Hij was een grijze muis." En hij compenseert die tijd nu kennelijk met een volledig tegengesteld imago. Van Zanden: "Johan vindt mij een brave kunstenaar. Dat ben ik niet. Ik ben een dissident. Johan is wel extremer. We komen allebei uit een heel christelijk gezin, maar hij is in zijn geloof veel meer geevolueerd." De voormalige leermeester van Johan is verbijsterd dat Gods Hotline zo'n hit is geworden. Is het gebrek aan nieuws, zo vraagt hij zich af. Wat wel duidelijk is: Johan doet geen concessies aan het publiek. Van Zanden noemt de vrij recente expositie Mooi Kut. Terwijl de twee anders Kunstreizigers nadachten over een bijdrage -'hoe kunnen we de samenleving prikkelen' - had Johan zijn concept al klaar. Hij kreeg het idee celluloid poppen met een mes te bewerken. Zo gezegd, zo gedaan. De poppen symboliseerden de verminking van het vrouwelijk lichaam, zoals dat gebeurt bij schaamlipcorrectie of besnijdenis. Symbolen, rituelen, het zijn trefwoorden in de beschrljving van het oeuvre. De derde Kunstreiziger is glaskunstenaar Jacob Bos. Hij noemt de al tijd aanwezige maatschappelijke ondertoon in het werk van zijn vriend en collega. "De kunstenaar heeft de rol van nar. Die zet aan tot nadenken. De rol van de koning in deze vergelijking wordt nu vertolkt door de media.

Dat geeft een dubbel gevoel. Je moet niet al te mediageil zijn. En toch de aan dacht trekken. Ook Johan verkeert in dat spanningsveld. Van narcisme wil Bos hem niet beschuldigen. "Nee, hij heeft steeds aandacht voor andere dingen," zo analyseert hij. "Hij stelt zich niet op als godheid. De dialoog aangaan, dat heeft hij nodig."

Verhaal Harry Berends.

Ontstaan van sportpark "De Enk" te Grijpskerk 1966.

---dubbel klik op foto voor vergroting---

Als inwoner van voormalige Gemeente Grijpskerk vanaf 1966 heeft me gestoord dat in een hoofddorp als Grijpskerk geen sport voorzieningen aanwezig waren. Alleen twee voetbalvelden ten oosten van `t dorp waren aanwezig alwaar de voetbalvereniging V.V. Grijpskerk hun wekelijkse training hielden en op zaterdag competie voetbalden.Geen ijsbaan, zwembad, sporthal, tennis en fierljepbaan waren niet aanwezig laat staan dat `t bij de gemeente bespreekbaar was. Als sportliefhebber was me dat een doorn in `t oog en door informatie in te winnen op dat gebied en wat er eventueel wat mogelijk was. Toevallig had ik goede relatie met raadslid, dhr. Renze Jager, die me adviseerde om eens bij notaris Kooi informatie in te winnen want ergens wist hij dat er een legaat moest zijn van een landbouwer en oud wethouder Doeke Kloppenburg die land had geschonken aan de toen gemeente Grijpskerk. Contact opgenomen met notaris Kooy en deze vertelde me enkele dagen later dat inderdaad dit `t geval was. Met deze gegevens naar toenmalige burgemeester H.H.Mulder die met verbazing mij aan hoorde en zeer nieuwsgierig was hoe ik aan deze informatie was gekomen. Hem het een en ander globaal medegedeeld en kreeg de indruk dat hij hiermee danig ontstemd was en me dat ook duidelijk liet weten. Daar werd ik niet anders van en liet de burgemeester weten dat ik vast beraden was om hiermee door te gaan. Achteraf bleek dat de toen Gemeente Grijpskerk een voorkeur gemeente was geworden ingesteld door de provincie en andere overheden om het feit dat Philips Eindhoven de gedachte had om hier een onderdeel van hun concern neer te zetten in verband om meer werkgelegenheid te bieden in het Noorden. 365 woningen zouden er worden gebouwd op de gronden waar nu het gehele sportcomplex ligt. Een aantal jaren later heeft Philps trouwens zich gevestigd in Drachten.

In ieder geval, de bal is beginnen te rollen en bij een volgende afspraak met B & W werd besprokene met de toen zittende wethouders H.Oosterhuis (VVD) en R.Martini (AR. nu C.D.A. ) hoe m`n gedachten waren over de te handelen methode. In een apart gesprek met dhr. H.Oosterhuis werd me duidelijk dat hij veel sympathie had voor m`n ideeën. Het feit dat hij zelf nog voorzitter was van de slapende ijsclub sinds 1954 van Grijpskerk deed hij vele mededelingen en liet me weten volledig achter me te staan en te proberen met elkaar een oplossing te vinden en of ik bereid was, wanneer er zich bepaalde zaken zich voor deden m`n visie en inzet te geven.Uiteraard was m`n toezegging positief en met dat gegeven ben ik op zoek gegaan om vrijwilligers te verzamelen die bereid waren om met mij deze kar te trekken. Dhr`n. Gerben de With, Ubel Kooyenga, Thijs Schuurman, Dirk Noordmans, Henk Land, die allen de schaatsport een warm hart toedragend gingen daarin mee. Een werkgroep werd opgestart waarmee inhoudelijk werd aangegeven om met elkaar doel bewust een nieuwe ijsbaan creëren en later eventueel een nieuw bestuur daaruit te laten voort vloeien. In `t verder verloop van tijd zijn nog meer vrijwilligers toegetreden. In gesprekken met B & W werden de standpunten steeds concreter en namen vaster beeldvorming aan. Naar een jaar van voor bereiding werden we uitgenodigd door B & W en kregen te horen dat door de provincie voorgestelde voorkeur gemeente nu zover was dat een compleet sportgebied zou worden aangelegd waarin ook een ijsbaan was gepland. Deze mededeling deed ons goed en werden de oude bestuursleden benaderd of er nog gegevens aanwezig waren want ons standpunt was om de ijsclub weer nieuw leven in te blazen. Medewerking van de nog in levend zijnde oude bestuursleden t.w. dhr`n Hendrik Oosterhuis, Harm Land, Hendrik Bakker gaven een positieve uitwerking op ons en de toegetreden vrijwilligers.In het jaar 1972 is de Heidemaatschappij begonnen om eerst de voetbal velden aan te leggen en grond die te weinig zou zijn werd uitgegraven waar nu de huidige ijsbaan en fierljep baan ligt. In tussen tijd werd ik menigmaal ontbonden op gemeentehuis om m`n visie te geven vooral om zonder energie de baan in korte periode onder water te zetten en alles wat op technisch gebied voordelen zouden kunnen opleveren. Eind 1974 begin `75 kon voor `t eerst gebruik worden gemaakt van de ijsbaan en inwoners van Grijpskerk e.o hun eerste schaats streken proberen. Het voorlopige bestuur had door ledenwerving zo succes dat ingaande november 1975 een officieel bestuur kon worden gevormd. Om verder `t realiseren van deze baan te voltooien moest er nog vele zaken geklaard worden o.a. een accommodatie, verlichting, beheersing en onderhoud bij zomerdag.

Door steeds innovatie in te brengen en met B & W steeds een gesprek aan te gaan is nu de huidige ijsbaan zo ontstaan wat voor de inwoners van Grijpskerk een prachtig sport complex is gerealiseerd. Een punt wil ik de inwoners niet onthouden en wel de verlichting; door goede gesprekken met B & W heeft na 2 tal jaren draaien de verlichting via een subsidie kunnen bewerkstelligen.In tussen had het officiële bestuur zich voorzien van oude telefoon palen om zo de verlichting aan te brengen. Wethouders waren daar niet gecharmeerd van en door inzet van `t bestuur werd ons de huidige verlichting aan bevolen. Wel had ik me voor gesteld om in de jaren `90 binnenin de ijsbaan een skeelerbaan te gaan realiseren. Helaas door nieuw toegetreden bestuursleden die niet wisten wat vooraf zich allemaal zich heeft afgespeeld en vele misstanden zich ontplooiden heb ik na 30 jaar inzetting me moeten terug trekken. Ze begrepen of wilden niet begrijpen dat er nog meer mogelijkheden waren als je maar de juiste wegen wisten te bewandelen en kan u wel zeggen waneer ik door dit schitterende park loop heel veel boven komt en een heerlijk gevoel krijg voor de inzet die mij is gegund.
bron:Harry Berends



'Iedere dag plezier'

Ello Tammo Sterenborg en Grijpskerk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit voorjaar trad de oud-onderwijzer toe tot het selecte gilde 80-plussers. Die respectabele Ieeftijd weerhoudt hem er niet van midden in de samenleving te blijven staan. De liefde voor zljn woonplaats in het Groninger Westerkwartler is en blijft nu eenmaal groot.

Zoals veel kleine (re) plaatsen is Grijpskerk rijk aan verenigingen. Een groot deel daarvan heeft onmiskenbaar veel to danken aan genoemde Ello Sterenborg. Nog altijd verzet de kwieke senior op organisatorisch vlak bergen werk. En dat op inmiddels 80-jarige leeftijd. Zijn geheim:'Iedere dag plezier'.

Sterenborg kwam in 1947 op 18-jarige leeftijd in Grijpskerk wonen.,,Daarvoor woonde ik in Kommerzijl. Na de verhuizing ben ik meteen begonnen met het organiseren van evenementen en het oprichten van verenigingen. Organiseren zit mij nou eenmaal in het bloed", vertelt de aimabele dorpsambassadeur. Zijn handelsmerk is de onafscheidelijke sigaar. In de loop der jaren riep Sterenborg talloze verenigingen in het leven. Een goed voorbeeld is de Fierljepvereniging Grijpskerk e.o. Deze werd in 1977 opgericht en is als enige Groninger club aangesloten bij de Frysk Ljeppers Boun (FLB).

Koolzaadroute
Dit voorjaar hield de club een open dag voor beide hoogste klassen van de basisschool. Ervaren polsstokverspringers brachten 50 jeugdige deelnemers de fijne kneepjes van de sport bij. ,,Op zo'n dag zorg ik ervoor dat alles geregeld is. De kleedkamers zijn geopend, zien er netjes uit en alle materialen voor het fierljeppen liggen klaar. Een goede voorbereiding is het halve werk", spreekt Sterenborg uit ervaring. Anno 2008 is hij voorzitter en secretaris van de actieve vereniging, die een mooie website heeft: www.fierljeppeningrijpskerk.nl.,,Ik heb heel wat secretariaten gevoerd. Door m'n werk in het onderwijs wisten ze mij altijd gemakkelijk to vinden", beseft de voormalige gymnastiekleraar in Haren. Ooit ontwikkelde hij de Noord-Groninger koolzaadroute, die in de jaren tachtig een grote populariteit genoot. In die tijd ontpopte Sterenborg zich als een regionale VVV-promotor. Dat de teloorgang van deVVV in het westelijke deel van de provincie Groningen hem aan het hart gaat, behoeft geen betoog.
Betrokken was Sterenborg ook bij de totstandkoming van sport- en recreatiecentrum De Enk in Grijpskerk. Hij had zelfs een fikse vinger in de pap.,,Het realiseren van het recreatiecentrum had heel wat voeten in aarde", herinnert de bestuurder zich. Tien jaar lang hebben we ons met de vereniging voor dorpsbelang ingezet om een en ander van de grond
te krijgen. Met hulp van de toenmalige wethouder en de toekenning van Europese subsidie is het centrum in 1990 geopend." De Enk is de thuisbasis van de fierljeppers, de jeu de boules club en de paardenvereniging.
bron: Midweek oktober 2008

Fierljeppen
In Grijpskerk werd voor het eerst al in 1968 geljept. Op initiatief van de middenstandvereniging werden toen tijdelijk twee schansen gebouwd over het Poeldiep.
De geschiedenis vertelt hoe een volgepakte tribune ademloos toekijkt hoe Friezen moeiteloos over het water springen en de eerste officiële wedstrijd volgde in Grijpskerk op 21 juni 1978 .

Ello Sterenborg was als onderwijzer dertig jaar geleden betrokken bij de oprichting van de club in Grijpskerk en herinnert zich dat het destijds een initiatief van dorpsgenoot Anne Piekstra was dat in die plaats een fierljepaccommodatie werd gerealiseerd. ,,Anne Piekstra was een Fries, hij was fierljepper en hij was uitvoerder bij de Heidemij. Piekstra wist met de Friese raadsleden Riekus Hielema en Fokke Hoekstra de gemeente over te halen dat er op het recreatiecomplex een fierljepaccommodatie moest komen.’’ De afdeling Grijpskerk werd officieel opgericht op 13 september 1977 en vier keer al werd het Nederlands kampioenschap naar de Fries-Groningse grens gehaald.

Trots is Grijpskerk op de eerste Friese titel voor deze club in 1986 van Pieter Hielema. Arend Hofstee wint in 1990 de titel bij de jongens, twee jaar later is Ben Helmholt de beste in die categorie en die prolongeert zijn titel een jaar later.
Arend Hofstee zat jarenlang in het bestuur. Hij ljept nu zelf niet meer, maar is net als zijn vrouw en achtvoudig Fries kampioene Antke van der Wal nog wel lid van de club in zijn woonplaats. Beiden zijn trouwens ook lid van It Heidenskip, de plaats waar Antke van de Wal het ljeppen leerde. Sporten is er voor haar nu even niet meer bij. ,,Mar miskien ljep ik straks yn augustus noch wol wer efkes mei de NFM yn It Heidenskip’’, zegt zij als ze de verrichtingen in Grijpskerk samen met het vijf maanden oude zoontje Sven volgt. ,,Hy hat yn elts gefal in sportive namme en wa wit, ljept hy hjir letter ek noch wol’’, zegt de trotse mem.

Arend Hofstee is inmiddels drie jaar coach van de succesvolle ljepper Bart Helmholt uit Hurdegaryp. De sport laat hem dus niet los. Dat geldt ook voor dorpsgenoot Martin van der Ploeg, die nu als EHBO’er én coach van de thuisspringers langs de kant zit en ‘Fries’ kampioen 1991 Johan Oldewarris, die als polshouder nu de ljeppers helpt. Hofstee herinnert zich hoe ‘ontwikkelingswerk’ werd gedaan in Groningen en dat zo’n 25 jaar geleden leidde tot serieus fierljeppen in het Groninger Winsum en Bierum én het Drentse Leutingerwolde. ,,Er zijn toen zelfs Groninger kampioenschappen georganiseerd en er was een vierkamp’’, vertelt Sterenborg.

Grijpskerk heeft nu dertig leden en een accommodatie waar de club trots op is. De voorzitter is blij met een gemeentelijk initiatief dat onlangs vijftig schoolkinderen aan het ljeppen zette en meteen tien nieuwe leden opleverde. In de eerste klasse heeft Grijpskerk nu de hoop gevestigd op plaatselijk favoriet Erwin dan der Heide bij de junioren en bij de jongens moet Bas Tolboom uit Vollenhove het doen. Sterenborg gaat er vooralsnog niet van uit dat er in Groningen nieuwe accommodaties bijkomen, zodat Grijpskerk waarschijnlijk altijd een stukje Fryslân blijft. ,,Dat mag ook wel, want hier wonen ook heel veel Friezen’’, zegt de nu 79-jarige Grijpskerker.


bron: Leeuwardercourant




Ik ben een Grijpskerker in Amsterdam


Het verhaal van Arie Meijer


Binnenkort wordt de dichtbundel met gedichten in het Westerkwartiers van tekstdichter Arie Meijer officieel gepresenteerd. De in Amsterdam woonachtige Grijpskerker keert daarvoor graag even terug naar huis

AMSTERDAM - Verbonden zijn met en afstand nemen van Grijpskerk is de rode draad in de tweede dichtbundel Keern in het Grijpskerkers van geboren Grijpskerker Arie Meijer (49). Bijna twintig jaar geleden vertrok hij naar het Westen voor werk. Toch antwoordt hij ook na zoveel jaren op de vraag of hij zich tegenwoordig Amsterdammer noemt: 'Ik ben Grijpskerker".

Meijer is neerlandicus en werkt als eindredacteur bij een persbureau. Hij verdient bij als tekstdichter. Het maken van liedteksten voor anderen is zijn grote passie, maar ervan leven kan nu eenmaal niet. Dat hij ook teksten in het Grijpskerkers is gaan schrijven, is onderdeel van een rijpingsproces. ' Ik ben ermee begonnen toen ik al een tijdje weg was uit het Noorden en ik de afstand begon te voelen. Ik werd me ervan bewust dat ik nooit helemaal los zou komen van Grijpskerk, dat ik er altijd mee verbonden zal blijven. Ook al ben ik er weg. '

Sindsdien maakt Meijer mondjesmaat gedichten in de taal waarmee hij opgroeide. Zijn gedichten bestaan uit gedachten die in hem opkomen als hij mijmert over zijn tijd in Grijpskerk. Omdat je er zoveel jaren later ook wel eens naast kunt zitten, presenteert hij zichzelf op de omslag van zowel zijn eerste bundel Lösloatn als op Keern als Are, in plaats van Arie Meijer. Een uitleg die veel zegt over de persoon Meijer. Wie de nieuwe bundel leest snapt de gevoeligheid ervan. Want Keern brengt hem weer wat dichter bij huis dan Lösloatn.

De titel Keern koos hij omdat het voor verbinding staat. 'Ik denk erbij aan de vele autoritten van Amsterdam naar Grijpskerk en weer terug. Soms met zwiepende ruitenwissers, wat ook een terugkerende beweging is. Dat geldt ook voor de bezem in een van de gedichten. Met die bezem worden mijn wilde haren weggeveegd. '
Door Annemarie Hommes DVHN 04 augustus 2008








Het gevecht van Sky Queen:
een verhaal om nooit meer te vergeten


Het verhaal van Bindert Helder


GRIJPSKERK-

Als jongen van 9 liep Bindert Helder door Peebos, de streek waar hij destijds woonde. Het was 28 juli 1943 en bet was druk in de lucht, veel gevechtsvliegtuigen die de rust van bet vredige platteland verbraken. De Wereldoorlog was in volle gang, hier zag Helder destijds de ernst niet van in, hij telde gewoon de vliegtuigen. Totdat er boven zijn hoofd geschoten werd, een dof kabaal en een indrukwekkend gezicht. Over en weer vlogen de vliegtuigen, Duitse jagers afgewisseld met Amerikaanse B17's, het was een gewelddadig schouwspel in de lucht. Ineens, daar bet rake schot, een Amerikaans vliegtuig - `Sky queen', zo hadden de inzittenden het vliegtuig genoemd - werd geraakt en verloor de controle. Het vliegtuig stortte neer, slechts een kilometer van Peebos vandaan in Kortwoude. Helder zag bet gebeuren en wat hij ook zag was een parachutist, 1 van de 2 overlevenden van `Sky Queen', Howard Adams, die op 500 meter van hem of landde. Op 28 juli is het 65 jaar geleden dat bet Amerikaanse vliegtuig in Kortwoude neerstortte, hierbij kwamen 9 van de 11 inzittenden om het leven.

Als je zoiets meemaakt, blijft je dat de rest van je leven bij," stelt Helder. De Duitsers kwamen naar buiten met een bericht dat ze deze dag 30 vliegtuigen hadden neergeschoten. "Je weet nooit exact wat er waar is van deze berichtgeving, maar ik weet dat er deze dag in ieder geval een vliegtuig is neergestort hij Ter Schelling en bij Vries." Helder liep altijd rond met de vraag wat er nu met Sky Queen gebeurd was en met de overlevenden ervan.

Later, toen hij in Grijpskerk woonde, had hij de hobby om de historie van de toenmalige gemeente Grijpskerk te bewaren en uit to zoeken. Hier kwam hij aan informatie over een vliegtuig dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Westerhorn te Grijpskerk is neergestort. Zo ging het balletje aan het rollen en kwam hij ook aan informatie over `Sky Queen'. Vanaf dat moment is hij over deze gebeurtenis aan het verzamelen gebleven samen met Jan Veenstra en inmiddels heeft hij 8 mappen vol documentatie. "ik vind het belangrijk om de informatie te bewaren en vooral om anderen te vertellen wat daar gebeurd is. Deze 11 Amerikanen vochten voor onze vrijheid en dat mag nooit vergeten worden. Van deze 11 vechters hebben 2 overleefd, Adams en Perrotti. "Adams leeft nog steeds," vertelt Helder. "Hij is nu 88 en viert in augustus zijn 66 jarige huwelijk." Een jaar voordat zijn vliegtuig neerstortte trouwde hij. Het moment van neerstorten was voor Adams een aangrijpend moment. Toen het vliegtuig geraakt werd, werden de bommen losgelaten om een ontsnappingsruimte te creëren, dit gebeurde boven it langpaed in Surhuizum. 10 bommen zijn er gelost, waarvan er volgens de berichten 9 van zijn gevonden. "Adams heeft mij verzekerd dat er 10 bommen in het vliegtuig zaten, dus de kans is groot dat daar nog ergens 1 ligt." Toen de bommem gelost waren, kon Adams via de schachten het vliegtuig verlaten en met zijn parachute naar beneden springen, zo landde hij in Peebos. Adams zocht snel hulp bij het le huis dat hij tegenkwam, van mevrouw van der Laan. Helaas werd hij nog gearresteerd vlak voordat de Duitsers kwamen. Dit gebeurde door agent Schuring van district Stroobos Gerkesklooster. "Het is moeilijk te zeggen of hij goed of fout was, hij kon gewoon niet negeren dat er iemand niet het vliegtuig ontsnapt was." Later werd Adams uitgeleverd aan de Duitsers en kwam hij in een kamp, Stalag 17b in Krems Oostenrijk terecht. "In dit kamp werd hij op den duur verslaggever, wat we] grappig is, is dat er een film gemaakt is - Stallag 17 - waarin Adams ook vertolkt wordt."

De piloot van `Sky Queen' was William Dietel, een Amerikaan met Duitse wortels. Vanwege deze wortels voelde het voor hem nog meer een plicht om de Duitsters te stoppen. Hier was Dietel destijds geëmotioneerd over. "Er is mij verteld dat Dietel de tranen in zijn ogen had staan, een paar maand voordat hij zou gaan, in mei," vertelt Helder. "Hij zei toen tegen zijn broer dat het kwam vanwege het woestijnzand waar ze toen doorheen reden, maar natuurlijk was het een emotionele tijd. Indrukwekkend dat hij een paar maand later zou overlijden." Hij werd samen met de andere bemanning begraven in Opende. Er waren 4 kisten voor 9 man, zo aangrijpend waren de lichamen vernietigd. "Zij zijn begraven in graf 1, 2, 3 en 4 van rij 63 in Opende. Er is in die tijd ook een vliegtuig met Australische bemanning neergestort, hierbij kwamen 7 mensen om het leven. Deze zijn in 3 kisten gekomen in de graven 5, 6 en 7. Later kwamen de Amerikanen om de kisten van de Amerikaanse strijders op te halen en te begraven in Amerika. Toen hebben alle Australiërs een steen gekregen en lijkt het erop dat zij alle 7 in een gaf liggen, maar de graven I tot en met 4 zijn dus leeg."

Voor de omgekomen Amerikanen staat wel een monument in Opende in 1985 door Adams onthuld De oudstrijder is destijds nog in Nederland geweest om de plaats te bezoeken waar het allemaal gebeurd was. Ook mevrouw van der Laan waar hij naar toe was gevlucht heeft hij toen bezocht "Daaraan zie je dat het nog steeds een emotionele gebeurtenisis," erteld Helder. "Die vrouw was destijds 95, toen Adams bij die vrouw kwam pakte zij zijn hand vast en die heeft ze niet weer losgelaten." Helder is zelf ook al naar Amerika gereisd om de contacten te onderhouden en ook de broer van piloot William Dietel is al eens in Nederland geweest. Die broer vertelde dat de familie telkens de hoop had gehouden dat ook Dietel overleefd had. "Ze bleven in de waan dat hij misschien overleefd had, zo kregen ze voorbeeld eens een vork en lepel toegestuurd, in het Engels `Fork and Spoon'. Ze dachten dat dit stond voor `Flyer Safe', vanwege de le letters van de 2 woorden. De hoop die de familie had, kwam niet zomaar uit de lucht vallen, de kranten hadden namelijk bericht dat er 3 overlevenden waren. Dit was niet het geval, alleen Adams en Pirrotti hadden overleefd. Helaas was de berichtgeving niet secuur." Helder vindt het erg uniek dat hij van dit vliegtuig zoveel contacten en documentatie heeft. Als kleine jongen zag hij dit vliegtuig neerstorten en vandaag de dag heeft luj er nog steeds veel contact over en zijn documentatie groeit.

"Momenteel heb ik weer contact met de familie Dietel die weer een aantal dingen wil weten en ook met andere schrijvers heb ik contact." Het onderwerp blijft leven, op 28 juli is deze gebeurtenis 65 jaar geleden. Er is contact geweest met de familie Adams om zee over te laten komen voor deze dag, of ze komen weet Helder niet. "Het zou natuurlijk fantastisch zijn." Maar wat hij het belangrijkste vindt is dat dit verhaal blijft leven, dat andere mensen inzien water is gebeurd tijdens die oorlog, voor onze bevrijding. Helder: " Ik heb het vliegtuig zien neerstorten als kleine jongen en ik zag Adams naar beneden komen met de parachute. Dit heeft erg veel indruk op me gemaakt, het verhaal is belangrijk, want we moeten nooit vergeten dat we beslist geen oorlog meer moeten hebben. " Op de foto: In 1985 was Howard Adams met zijn vrouw terug op de plaats waar het allemaal gebeurd was. Hier bezocht hij ook mevrouw Van der Laan. Vlnr: mevrouw Adams, mevrouw Van der Laan, Howard Adams.
Streekkrant 22 juli 2008









Het verhaal van Jan Wiersma

Over het afscheid van zijn kunstcollectie.

GRIJPSKERK* Mijn hele leven heb ik in hetzelfde huis in Grijpskerk gewoond, maar een paar weken geleden ben ik met mijn vrouw verhuisd naar een bungalow. In het oude huis, midden in het dorp, had mijn vader een kapperszaak met fotowinkel. Er waren vier kinderen, ik was de derde. Teen de oorlog uitbrak was ik zes jaar. Eerst vond ik her prachtig, die Duitse legerauto's en al die soldaten in hun mooie pakken. Mijn vader moest in de oorlog duizenden pasfoto's maken voor persoonsbewijzen en dat deed hij ook voor onderduikers. Als kind wist ik dat ik daarover niet mocht praten, omdat her link was. Na de lagere school, die toen nog acht klassen had, kwam ik bij mijn vader in de zaak. Hij wilde niet dat ik ambtenaar werd en hij zei: 'politieagenten verdienen niets, dus word jij maar trapper'. Ik haalde hert parfumeriediploma, het middenstandsdiploma, twee kappersdiploma's en - omdat we ook tabak verkochten het tabaksdiploma. In 1958 ben ik getrouwd met Lies en heb ik de zaak van mijn vader overgenomen. Een van mijn broers was hier in her dorp intussen ook een kapperszaak begonnen, hij deed de dames, en ik deed parfumerie, heren en tabak. In de hele omgeving van Grijpskerk zat geen herenkapper meer, dus we hadden her smoordruk. Het ging goed, ook door de steun van mijn vrouw die altijd in de winkel stond.

Een kapper komt met allerlei mensen in aanraking. Als ze in de stoel zitten, luchten ze hun hart. Ja, er waren veel mensen die bij mij hun hart Uitstortten. Dan zoek je war woorden om hun moeilijkheden te verlichten. Ik had wel plezier in her kappersvak, maar ik zou er niet voor hebben gekozen. Ik heb een paar keer een inzinking gehad, dat ik depressief werd. Maar ik moest door, we hadden drie kinderen, en de dokter zei: als je even kunt, houd het vol. Ik heb de zaak gedreven tot 1984, toen kon ik een baan krijgen als beheerder van de sporthal in Grijpskerk. Zo kon ik nog war pensioen opbouwen, want dat had je als winkelier niet. Na twaalf jaar bij de sporthal ben ik met pensioen gegaan.

Mijn neef Evert Westra was organist van de Nieuwe Kerk in Groningen en vanaf mijn tiende jaar kreeg ik van hem piano- en orgelles. Hij vond dat ik naar her conservatorium moest. Toen ik 16 was deed ik toelatingsexamen en ik slaagde. Het conservatorium zou mijn vader vijfhonderd gulden in de maand kosten. We waren niet arm, maar mijn vader had muziek niet zo in de rekening, zoals ze hier zeggen, hij zag er niets in. Dus het conservatorium ging niet door. Dat was een teleurstelling. Daarom ben ik nu wel eens kwaad op de jeugd en denk: jullie kunnen kiezen, pak toch aan.

Overdag stond ik te knippen, maar 's avonds was ik los, dan musiceerde ik: ik begeleidde koren en gaf concerten. Als organist heb ik overal gespeeld en op mijn veertiende werd ik hier de vaste organist van de Gereformeerde kerk. Ik houd van Bach, en om Bach te kunnen spelen, heb ik een klavecimbel gekocht. In 1980 kocht ik ook een Grotrian-Steinweg vleugel en later een Steinway. Mijn vader vond dat geldverspilling, hij zei: `Je kunt her ook wel doen op een gewone piano'. Ik heb een kleinzoon die musicus is, Frans Burghgraef. Hij is 23. Op zijn negentiende studeerde hij cum laude of aan her conservatorium. Hij was hoornist bij her Concertgebouworkest en speelt nu bij de Marinierskapel. Laatst dirigeerde hij een concert met koor, orkest en orgel in de jacobikerk in Leeuwarden. Ja, toen was ik wel trots.

Lies en ik zijn nu allebei 73. Stel dat je er nog zeven jaar bij krijgt, dan ben je 80 en je weet niet watje dan lichamelijk nog kunt. Daarom zijn we verhuisd naar deze bungalow. Je moet je verstand gebruiken. Maar hier is geen ruimte voor mijn kunstverzameling. Ik heb 120 schilderijen en dat ik daar nu afstand van moet doen, trek ik me erg aan. Het grootste deel wordt geveild bij Christie's. Ik ga niet naar die veiling, dat vind ik te pijnlijk.

We hebben een paar schilderijen gehouden, een stadsgezicht van Matthijs Maris, een weidelandschap met molens van J. H. Weissenbruch en nog enkele landschappen. Ach, misschien komt er toch weer war bij. Als ik getroffen word door een kunstwerk krijg ik een klap en dan moet ik het kopen. Mijn eerste schilderij kocht ik teen ik 15 was, in 1951, bij de zomertentoonstelling van her Larense Hotel Hamdorff: een meisjesportret van Jacob Dooyewaard. Later waren het vooral landschappen die me aangrepen.

Mijn moeder nam me van jongsaf aan mee naar musea. Zij was kunstzinnig en muzikaal. Ze kwam uit een Groningse boerenfamilie. De meisjes uit die families mochten niet werken, ze moesten wachten tot ze aan de man waren. Ja, ze trouwde onder haar stand. Toen ik een jaar of 14 was zag ik in het Groninger Museum de schilderijen van de Haagse School. Dat groengrijzige van die landschappen maakte diepe indruk op me. Ik heb veel aangekocht van de Hollandse impressionisten, van Anton Mauve, Theophile de Bock, Willem en Jacob Maris, H. W. Mesdag, Jozef Israels en noem maar op. Omdat her Groningers waren ging ik ook werk verzamelen van De Ploeg, van schilders als Jan Wiegers, Jan van der Zee, Johan Dijkstra en Wobbe Alkema. Als ik rijker was geweest, was ik doorgegaan met de modernen. En ook nu worden er nog mooie dingen gemaakt hoor. Vroeger was ik weg van Willem de Kooning. En Mondriaan vind ik prachtig: zijn ontwikkeling van het impressionisme naar de strakke lijn. Maar Mondriaan kon ik niet betalen. Als de Groningse constructivist Wobbe Alkema, die van meetkundige figuren uitging, net als Mondriaan bij De Stijl had gezeten, was hij ook onbetaalbaar geweest.

Ik was altijd aan her rekenen, want mijn gezin mocht niet lijden onder mijn aankopen. We gingen nooit met vakantie, al her geld was voor de kunst. Lies remde me wel eens af, zij was verantwoordelijker dan 1k, ik zou het liefst altijd doorkopen. Nu nog. Ik vind het vreselijk dat ik het straks allemaal kwijt ben.

De kapperszaak en de kunst, dat waren twee werelden. Ik moest regelmatig naar kappersdagen en -concoursen om de haarmodes bij te houden. Mijn klanten wisten niet dat ik kunst verzamelde, maar de Groningse schilders wisten her wel en die kwamen graag kijken. Ik heb me altijd goed verdiept in de schilderkunst en bij elk schilderij uit mijn collectie had ik een verhaal.

In het begin vergis je je wel eens. De Haagse Schoolschilder Louis Apol is een gevaarlijk e jongen omdat hij veel is nagebootst. Ik kocht een doek van hem voor 1500 gulden, maar her was geen echte Apol. Dat is me later niet meet overkomen.

Ik stond eens bij Christie's naar een Andreas Schelfhout te kijken, een schilder uit de romantiek. Er stonden twee heren achter me Freddy Heineken en Henk van Os. Heineken verzamelde veel romantiek en ik denk dat Van Os hem adviseerde. Ik werd niet geadviseerd, ik keek zelf. Ik ken van Os uit Groningen. Je kunt wel overal heenreizen, zoals van Os heeft gedaan, maar je blijft toch een Groninger. Recht door zee, bescheiden, maar ook wat koppig. Kees van Twist, tot voor kort directeur van her Groninger Museum, heb ik ook goed gekend. Hij komt uit Grijpskerk en ik heb hem vroeger vaak geknipt. En directeur Frans Haks was ook een mooie kwast. Hij heeft heel slim de beste schilderijen ingekocht van de Groninger expressionisten en abstracten.

Er zijn veel intellectuelen die geen verstand hebben van kunst, dat is me vaak opgevallen.
Kunst is iets bovenmenselijks, een wonder. Kunstenaars zijn extra kinderen van God. Neem Bach. Zijn cantates vervelen nooit en Die Kunst der Fuge is onvoorstelbaar, het is net of het wiskunde is.

Ik heb het wel jammer gevonden dat ik een groot deel van de dag stond te knippen. Ik las liever. Toen ik jong was bestudeerde ik de Bijbel, ik wilde weten waar de dominee her op de kansel over had. Ik had altijd behoefte aan kennis, ik las over schilderkunst, geschiedenis, of Griekse filosofen. En Sigmund Freud vond ik geweldig. Met zijn psychoanalyse heeft hij heel war in beweging gezet en toch is her nog een vrij onontgonnen terrein, dat merk je wel als trapper. Een paar jaar geleden dacht ik: nu moet her maar eens afgelopen zijn met de kennis vergaren, ik ga romans lezen. Wolkers, Reve, Siebelink. Nee, daar heb ik geen spijt van.

Kijk, boven de vleugel hangt een schilderij van mijn dochter Ciska. Ze heeft de avondopleiding aan de Groninger academie gedaan. Ze schildert dieren. Deze koe heeft ze voor mij geschilderd. Ik houd van koeien. En de koe is van de Groninger eigenlijk een soort familie, er zijn er hier zoveel. Op dit schilderij spreken vooral de contrasterende kleuren me aan. Die paarsgroene lucht."
door :Lien Heyting Bron: NRC Handelsblad. 10 mei 2008